De wijde wereld

Ik glij uit mijn bed, omdat ik naar het toilet moet. Een blik op de wekker vertelt mij dat het bijna 9 uur is, zondagochtend. Als ik de badkamer inglip, registreer ik vanuit de keuken het vertrouwde gerinkel van schaaltjes en cornflakes. Zozo, Olaf is vroeg voor zijn doen!  Op het moment dat ik de badkamerdeur achter mij dichtdoe, word ik wakker. Verward; ik zit helemaal niet op de wc, maar lig gewoon in mijn bed. Langzaam dringt het tot mij door dat ik tot drie seconden geleden gedroomd moet hebben. Want mijn oudste is niet beneden zijn ontbijt aan het regelen, dat kan helemaal niet. Hij bevindt zich op dit moment namelijk op de luchthaven van Seoul, op weg naar Sydney. Een paar uur geleden nog was ik eventjes wakker, want ik reis met hem mee. Toen constateerde ik dat het nog te vroeg was voor de overstap-landing op Seoul Incheon en viel weer in slaap. Eerder die nacht waren we nog hoog boven Rusland en China. En nu had ik die tussenlanding gemist!

Gisteravond stonden wij op Schiphol. Mijn oudste gaat de wijde wereld in en Schiphol is de plek waar je iemand die dat doet, uitzwaait. Het huis uit, en dan gelijk maar naar het andere eind van de wereld.  ‘Gaaf, ‘ riep hij, toen hij het eindelijk voor elkaar had.  ‘Heel ver weg. Dan kan ik ook niet gemakkelijk terug als het even niet meezit….. ‘

Een afstudeerstage in het buitenland. En niet zomaar over de grens, nee, deze bofferd kan naar Sydney. Zo ’n kans grijp je, logisch. Stiekem ben ik zelfs een beetje jaloers, want wat had ik dat zelf ook graag gedaan! Toen, ooit, maar ook nu.

En dan is de grote dag van vertrek daar. Na weken van voorbereidingen is de koffer gepakt. Pas op het moment dat we op weg  moeten, heeft hij echt alles voor elkaar, maar dat is iets wat ik van Olaf gewend ben. Altijd alles op het laatste moment. Zelf blijft hij daar heel kalm onder. Tijd zat nog, toch? Zijn bed en bureau liggen nog vol met spullen die mee moeten, waaronder ook een vliegticket en visum. Ik vis ze onder een stapel onderbroeken vandaan.  ‘O ja! ‘ mompelt hij en schuift de documenten in een map.  ‘Heb ik alles? ‘ Bespeur ik daar toch wat nervositeit nu?  ‘Kun je niet even een checklist maken, mam? Ik ben bang dat ik toch iets vergeet….. ‘ Zelf moet hij intussen nog een internationaal simkaartje ergens in de puinhopen opsnorren om in een extra mobieltje te plaatsen.  ‘Hee! Goh, die oortjes zijn hier dus! ‘ Zo vind je nog eens wat terug, kennelijk. Ze moeten mee, die oortjes. In de koffer zit nog net ergens een spleetje waar hij ze kan infrommelen.

Mijn instant checklist-met-hoofdzaken loopt hij snel na en constateert dat alles wat daarop staat, inderdaad tussen de stapels op zijn bureau moet liggen. Paspoort, visum, ticket, bankpasjes, opladers…..

‘Kun je het dan niet gelijk pakken en in je rugzak doen? ‘ Ik vind mijn vraag niet zo raar. Hij wel, geloof ik.  ‘Maar dat kom ik dan toch vanzelf tegen zo, ‘ zegt hij verbaasd.  ‘Het ligt hier toch? Straks moet mijn bureau leeg zijn en dan heb ik dus alles. ‘

Ik moet grijnzen, of ik nou wil of niet. Zijn stijl van inpakken is alleen maar de mijne niet, niks aan de hand? ‘Zo. Klaar! ‘ De koffer kan dicht. Daarvoor moet hij er met zijn volle gewicht op gaan zitten. Werkelijk, er kan geen vlo meer bij.

Dan is nu zijn handbagage aan de beurt. Daar heeft hij geen hulp meer voor nodig, meent hij. Maar als een kwartier later – we moeten nu echt weg! –  gitaarmuziek van boven mijn oor bereikt, ga ik toch maar weer even kijken. En daar zit hij, op zijn gemak, geconcentreerd op zijn gitaar te tokkelen.
‘Eh….. moest jij niet weg vandaag? ‘ vraag ik grinnikend, als hij mij verrast aankijkt.
‘O. Ja! Nu? ‘ De gitaar gaat rap, maar spijtig in de hoek – waar hij vijf maanden in stilte zal blijven staan.  ‘Laten we maar gaan, dan… ‘
Allerlei flash-backs flitsen voor mijn ogen. Hoe in eenentwintig jaar zijn wereld stapje voor stapje groter werd.

Hoe hij als peuter op zijn eerste fietsje met zijwieltjes plotseling wegfietste onder mijn hand.  ‘Joeoeoeoeh…! ‘ Schaterend de zich verruimende wereld tegemoet.

Hoe hij stralend na zijn eerste schooldag naar buiten stormde.  ‘Dat was léuk, mama! ‘ De basisschool: ontzagvolle drempel naar de grote-mensenwereld.

Hoe hij voor het eerst alleen – alleen! –  als achtstegroeper naar school mocht fietsen. Hij leek vanaf die dag langer. De wereld bood steeds meer mogelijkheden.

Hoe hij naar disco ’s ging en de grenzen steeds meer begon te verleggen, steeds later thuiskwam, midden in de nacht.  ‘Het is erg gezellig, mag het wat later? ‘ Het was wennen. De wereld lonkte en ik lag wakker.

Hoe hij wegscheurde op zijn brommer, zestien jaar oud. Een boom van een vent inmiddels, maar wat leek hij nog klein en dun.

Het eerste vriendinnetje. Wat kon de echte wereld ook eng zijn!

Hoe stoer hij, net achttien, zijn rijbewijs in één keer haalde. De wereld kwam naar hem toe.

Het is een proces. Je maakt kinderen om ze klaar te stomen en  vervolgens langzaamaan aan hun eigen leven, hun eigen rol in de maatschappij, over te geven. Zo moet het ook gaan.

Op Schiphol zwaaien we hem uit. ‘Tot morgen, ‘ zegt hij bij het afscheid, toch wat uit zijn gewone doen. ‘Ha, oh nee. Tot een maandje of vijf…. ‘

En daar gaat hij. De wijde wereld in.

(Visited 12 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *