Jas

We hebben geen jas nodig vandaag. Het is namelijk warm. Heel warm.

Het eerste dat we vanachter het krappe vliegtuigraampje in de stralende zon zien, is een geblauwd Ikea. Ik moet even slikken. En alsof de Grieken ons op het gemak willen stellen, volgt vlak daarna de knalrode Mediamarkt. Mijn hemel! Straks komt er nog een Hema! Rijden we nou over de landingsbaan van International Airport Athene, of over de A13 bij Delft? Later flitst ook de Makro nog voorbij. Reden om je niet thuis te voelen in het verre verre Griekenland is er absoluut niet. Of het moet wel het weer zijn. Die heerlijke, on-Nederlandse temperatuur.

Terwijl we als kip en haan zonder kop van links naar rechts en terug door de aankomsthal fladderen – want natuurlijk weten we niet waar we precies heen moeten – valt mijn oog ineens op een omhoog gehouden bordje.
‘Houkes/Zollner,’ staat erop. Hee, dat zijn wij! Heel rustig staat daar een dame van de reisorganisatie, speciaal om ons te ontvangen.

‘Welkom in Athene!’ Uiterst hartelijk neemt ze ons mee naar een rustig plekje, waar wij een envelop toegestopt krijgen met alle informatie over ons aan-staande verblijf van twee weken, de informatie waar ik zo fladderend naar op zoek was. Als bonus krijgen we ook nog een hele rij tips.
‘Wilt u vanavond naar Athene? Ga dan met de tram,’ adviseert ze dringend. ‘Veel sneller en goedkoper. Kijk…’ De hele route wordt uitgestippeld op een plattegrondje. ‘Hij rijdt dan wel niet zo hard, het zal wel zo ’n vijftig minuten duren,’ schat zij voorzichtig, ‘maar eh….. ‘

Dat advies volgen we op. Vlakbij het hotel waar we de eerste nacht zullen blij-ven, vinden we de tramhalte. De route voert ons vlak langs de kustlijn. Maar echt daarvan genieten is er nog niet bij, want de tram zit bomvol, dus het begint gelijk met staanplaatsen. Hangen aan een lus, met allemaal Atheners op weg naar huis. Thuis in Nederland zou me dat niet zoveel uitmaken; langer dan een kwartier duurt een ritje naar Den Haag Centrum nooit. Moet je dan staan, ach, wat geeft het? En met die vijftig minuten zal het wel meevallen, want op de kaart heb ik gezien dat het echt zover niet is. Alleen blijkt de schatting van onze dame beter te kloppen dan ik vermoedde.

Na een halte of zeven hebben we razendsnel een zitplaats kunnen bemachtigen. Dat scheelt. Maar een half uur later begint het. Langzaamaan krijg ik een blikken kont op die houten stoeltjes. Ik weet echt niet meer hoe ik zitten moet. Gewend aan een racende tram met comfortabele zitplaatsen die binnen een kwartier op de plaats van bestemming arriveert, is dit wel wat anders. Op zijn gemak kuierend, zo ’n 83 haltes op een traject van drie kilometer, stopt de boemeltram uiteindelijk met een zucht bij zijn eindpunt op het Syntagma Plein, het parlementaire hart van Griekenland. Na zowat een uur. Inmiddels rammelt zowel mijn kont als mijn maag. Het is half negen ’s avonds. We zijn nu 12 uur onderweg vanaf het moment dat de voordeur thuis achter ons dichtviel. Maar: we hebben geen jas nodig. Het is namelijk warm. Heel warm.

Bij de Akropolis lopen ze parasolletjes te verkopen, die er precies zo uitzien als die dingetjes die je bij ons op een ijssorbet krijgt. Die papieren. Maar dan wel groter. Ik wil echter geen parasol, maar voedsel. Nee, nog liever wil ik vocht. Gedrenkt worden! Uitgeteld ploffen we neer op het eerste de beste ter-ras dat er leuk uitziet en waar ze dat lekkere Griekse eten klaarmaken en uit-delen. Want daar heb ik nou een jaar naar uitgezien. Maar eerst bier! Grieks bier!

Athene is een donkere stad, er is heel weinig straatverlichting. Het is maar wat je gewend bent natuurlijk. Maar ik ben wel blij dat wij na dat ’s avonds na dat heerlijke dinertje met allemaal extraatjes de plek terugvinden waar de tram vertrekt. Het zal best wel rustiger zijn, om 11 uur ’s avonds.

Maar dat had ik gedacht. Ha. Binnen drie stops zit het alweer hartstikke vol. Niet te geloven. We waren even vergeten dat het openbare leven in dit land pas na negen uur ‘s avonds op gang komt, dan zie je iedereen pas weer op straat. Voor die tijd is het uitgestorven. En ook de jeugd gaat dan op pad. Deze tram zit er vol mee; allemaal tieners. Ik dacht dat die het in dit land wat minder hadden dat bij ons, maar er is niets dat daarop wijst. Mooi uitgedost, met de iPhone, Samsung of Blackberry in de hand waan je je toch gewoon in lijn 15 vanuit Nootdorp.

Nee, een jas is niet nodig.  Het is namelijk warm. Heel warm.  

(Visited 19 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *