Rekening

Ze vallen mij al een tijdje op. Twee middelbare dames aan het tafeltje naast ons op het lommerrijke terras in Archaia Olympia.
‘Hoor ik daar nou Nederlands?’ mompelt mijn lief.
Het zal toch niet? Want, blij toe, landgenoten heb je hier helemaal niet, tot nu toe. Ik spits mijn oren en na verloop van tijd moet ik concluderen dat het toch zo is. We horen Nederlands. Maar geen Nederlanders, het zijn Vlamingen. Dat scheelt toch weer. Twee Vlaamse dames. Natuurlijk proberen wij gelijk te ontdekken in welke relatie zij tot elkaar staan. Vriendinnen? Mijn oordeel is ietsje minder dan dat. Bekenden, maar wel goede bekenden.
Ze vallen mij op, omdat ze wel erg lang doen over hun bestelling. De eigenaar van de zaak staat met zijn pen in de aanslag, maar het wil niet zo goed vlotten.
‘Maar u hééft ook helemaal niks,’ roept de ene dame ontevreden uit. Het is de dunnere van de twee, in mijn ogen een prototype van verzuurde taart. De dominante van de twee, ook. De andere, wat gevuldere taart, kruipt in alles met haar mee.

De gerant zucht en begint zijn uitleg opnieuw, zij het op duidelijk minder enthousiaste toon dan tien minuten daarvoor. Ons had hij het eerder al trots medegedeeld. Hij heeft uitsluitend verse spullen, die hij dagelijks meeneemt van de markt en de vishandel. ‘Geen diepvries! Bij mij krijgt u het echte Griekse eten! Real Greek food! ‘ En dat kunnen wij beamen als het moet, want we zitten er al een tijdje van te smullen.’En daarom is niet alles op de kaart meer voorradig,’ legt hij de dames uit.
‘Er zijn al dingen op!’ De dunnere snuift, de gevuldere doet met haar mee.
‘Nou,’ klaagt Dun. Haar wijsvinger prikt ergens op de kaart. ‘Dan neem ik dit maar. Er is immers niets anders.’
‘En ik dat dan maar,’ zeurt Gevuld, zij prikt ergens anders. Samen besluiten ze nog tot een karafje wijn. Even later zitten ze zwijgzaam hun bestelling te ver-malen. Wij gniffelen. Het lijkt mij een reuze gezellig etentje, vakantie op een Grieks terras.

Maar dan komt de rekening.
Wij zitten net aan een gratis aangeboden dessert, met een gratis aangeboden likeurtje als onze aandacht weer getrokken wordt door geluid naast ons; tamelijk onverwacht na een kwartier stilte.
‘Ik snap er niks van! ‘ zegt Dun. ‘Dat kannie!’ Ze tuurt op de rekening die voor haar op tafel ligt. Gevuld probeert mee te lezen, op zijn kop, dat valt niet mee. ‘Wat niet? ‘ vraagt ze.
‘Hè?’ Dun schudt het hoofd. ‘Kijk nou toch.’
Gevuld verschuift haar stoel iets, zodat ze beter zicht krijgt op het blaadje papier. Dan beginnen ze te tellen.
‘Tweeëntwintig plus zeven is zesentwintig, toch? Oh nee.’
‘Nee,’ zegt Gevuld zwakjes, maar Dun gaat alweer door.  ‘Negen-en-een-half plus drie is ehhh, twaalf-en-een-half. Toch? ‘
Gevuld knikt, maar Dun grabbelt in haar tas om er een pen uit te vissen.
‘Nou, dan klopt dat toch niet? Ik snap er niks van!’ Mompelend tellen ze nog een keer.
‘Welke afspraken zouden ze gemaakt hebben over het delen van alle onkosten?’ grijnst Paul zachtjes. ‘Ieder haar eigen deel? Ieder wat ze zelf gegeten heeft?’
‘Maar dan ook geen cent voor de ander,’ fluister ik. ‘Mijn hemel. Deel toch ge-woon die rekening in tweeën. Hoppekee…….’
Maar wat hun afspraak ook is, zó in ieder geval niet, dat is helder. Na een geërgerde uitroep van Dun beginnen ze nog een keertje van voren af aan. ‘Schrijf op!’ roept zij en Gevuld haast zich om een schriftje uit haar tas te graaien.
‘Nog een keer!’ Nauwkeurig worden wat bedragen genoteerd. ‘Dit is écht de laatste keer!’ horen we Dun dan chagrijnig roepen. Wat zou de laatste keer zijn? Dat ze het narekenen? Dat ze samen eten? Of dat ze samen met vakantie gaan?

Ik neem net een slokje van mijn likeurtje als ik de blik van de eigenaar vang, die grijnzend van het schouwspel zit te genieten. Hij heeft een biertje in zijn hand. We proosten op afstand.
‘Valt het jou ook op dat zij helemaal niks gekregen hebben?’ mompelt Paul olijk. Dat heb ik inderdaad ook gemerkt. Nog geen stukje meloen-van-het-huis is naar de dames gegaan.

Dan staat de eigenaar op, loopt naar hen toe en vraagt of hij misschien wat moet uitleggen. Dun wuift hem weg. ‘Neeneeneenee, niet nodig!’ Zij slaat het schriftje dicht. De scène heeft nu meer tijd geduurd dan het eten zelf.
Ze komen er niet uit, dat is wél duidelijk. Mopperend, zuchtend en blazend betalen ze de rekening, maar geloof me. Het laatste woord hierover is nog niet gesproken……

Nagenietend beginnen wij aan een bord frisse meloen-van-het-huis.  

(Visited 23 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *