Kaauwd!

KAAUWD!

Teksten als ‘nat pak’, ‘waden’, ’neem je zwemspullen mee’, en ‘slechts een klein watervalletje, verwacht niet teveel!’ hadden mij er eigenlijk van weerhouden om voor te stellen naar de Potami-waterval te gaan. Nu in deze vakantie, maar ook twee jaar geleden. Ik hou niet van zwemmen en ook niet van water. Maar mijn medereizigers worden er helemaal vrolijk van. ‘Ah joh, juist leuk!’

Het bericht dat onze gezamenlijke leermeester Jan is overleden, kwam van de week toch wel aan bij ons allen. We kunnen niet bij zijn crematie aanwezig zijn, vandaag, in Nederland. Daarom willen we de dag gebruiken om iets met zijn vieren doen. Dus.

We lopen door een prachtig begroeid gebied als we langs het totaal aan zichzelf overgelaten oude kapelletje komen. Midden in het bos. Gijs en Naomi, die een eindje voor ons uit dartelen, zijn er al naar binnen gegaan. Ze steken net een kaarsje aan. ‘Die liggen hier gewoon,’ zegt Naomi zachtjes, met verbazing. ‘Zelfs in dit verlaten kerkje…..’
Met z’n vieren staan we hier even stil bij Jan’s leven.

Het bergpad kronkelt verder door het groene dal, dat steeds smaller wordt. We kruisen de beek een paar keer, over gammele houten vlonders, voordat het pad ermee samenvalt, erin verdwijnt. Het water stroomt ons vanuit de smalle spleet tussen rotsen tegemoet, maar daar is geen ruimte meer voor een pad.
Had ik nog hoop dat het in de zomer wel zo droog zou zijn dat je gewoon door kon lopen, dan is die nu wel verdwenen. Het verhaal klopt. Om echt bij de waterval te komen, om hem überhaupt te kunnen zien want hij ligt nog ná een bocht, moet ik het laatste stuk dwars door het water heen. Er zit niks anders op.

Vrolijk trekken onze vrienden hun kleren uit, waaronder ze zwemkleding dragen. ‘We gaan!’ klinkt het, voor ze het water in spetteren. Ik heb dat natuurlijk niet, zwemkleding, ik wil dat nog steeds niet. Paul werpt me een geamuseerde blik toe.
‘Nou, schoenen uit dan maar!’ Met mijn schoeisel zo’n beetje in mijn nek, hoog aan rugzak gebonden, zet ik mijn voet in het water.
‘Koud!’ roep ik, hoewel het best lekker opfrist in de Griekse hitte. Maar ik voel de bodem al heel snel dalen.
‘Jeetje!’ Ik loop tot aan mijn liezen in het water. Mijn korte broek wordt nat.
‘Nat hoor!’ waarschuw ik, met een blik naar achteren. Mijn fototoestel hou ik in één hand hoog met de andere zoek ik wat steun bij de rotsen. ‘Glad!’ gil ik, terwijl ik bijna onderuit glij.
Op mijn blote voeten schuifel ik over de glibberige ongelijke rotsbodem. Gijs is al een eindje vooruit, Naomi is wat trager. Ik ben zo bezig met mijn eigen evenwicht, dat ik schrik van haar plotselinge uitroep. ‘Gijs!’ Prompt glijdt ze uit en verdwijnt even onder water. ‘Een slang!’ proest ze, als ze weer boven komt. ’Hier, echt! Ik zag het! Getver!’
‘Ach welnee joh,’ stelt Gijs haar gerust. ‘Hier zitten geen slangen in het water. Dat is een aaltje of zo. Ik zag hem net ook…’

Ik probeer maar niet te bedenken wat zich allemaal tussen mijn tenen en langs mijn benen wriemelt. Ik voel van alles. Plantjes, slingers, visjes? Behoedzaam ga ik verder langs de wand om nog een beetje houvast te hebben. Ik wil wat foto’s maken, maar ik moet eerst volledig verankerd staan voordat dat lukt.
Paul beweegt zich voort achter mij, camera en schoenen hoog, grijnzend over wat zich allemaal in zijn blikveld afspeelt. ‘Leuk?’
Ja, mooi, dit ravijn, maar eerlijk gezegd zou ik liever droge grond onder mijn voeten hebben om er meer van te genieten.

Inmiddels is Gijs bij de bocht waarachter de waterval ook moet zijn. Aan het groeiende volume van het geruis te horen is het een flinke straal die daar van de berg afvalt.‘Ik ga eronder hoor!’ kondigt hij opgewekt aan, terwijl hij om de bocht verdwijnt. Het duurt niet lang voordat we het horen.
‘Aaaaahhhhh!!!!’
We schieten alledrie in de lach. ‘Fris, zeker?’ informeert Paul.
‘Kaaauwd!!!’ Het schalt in onvervalst Amsterdams door het smalle ravijn. ‘Aaahhhh!’
Wij komen nog net op tijd om de hoek om te zien dat hij proestend weer onder de straal uitschiet. ‘Jezus zeg! Wat is dit koud!! Ooohhh…’

We moeten dezelfde weg terug. Blij dat ik mijn schoenen weer aan kan doen klim ik op de rots waar het bergpaadje weer begint.
‘Toch leuk hè?’ zegt Naomi tevreden, terwijl ze rillend haar jurk weer aanschiet. ‘Ik zag zelfs een slang, dacht ik. Maar het was een aal.’
Het was inderdaad slechts een klein watervalletje, maar wat geeft het. De stroom is er niet minder krachtig door. Zelfs nu, in de zomer.
Leuk? Nat! Maar zeker wel leuk. Ik kan het alleen maar beamen. Ondanks mijn zeiknatte broek.


(Visited 5 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *