Kloof

‘Immens natuurschoon met stenen bruggetjes, trappen en oude pittoreske watermolens’.
Deze tekst springt ons tegemoet uit een brochure die in ons vakantiehuisje ligt. Nou, klinkt goed, vinden wij. Dus hup! wandelschoenen aan en in de auto, op naar de Mellissakloof. 

We vinden zowaar het juist pad, op weg geholpen door een bordje. Bergafwaarts tussen de olijfboomgaarden door, passeren we een natuurstenen boogbruggetje en daarna de zogenoemde Bron aan de Grot (Pigi tis Spilias). De omgeving is fantastisch, het is lekker weer en het pad is goed. Het valt allemaal wel mee, deze wandeling, vind ik.
De oude natuurstenen watermolens zijn inderdaad erg leuk, al eeuwenlang bouwvallen natuurlijk, maar ik zie zo voor me hoe een paar honderd jaar geleden hier mensen woonden, werkten en hun leven leidden. 

Maar dan.
We zijn een half uurtje onderweg. Ik vraag me net af waar die kloof nou is. Volgens mij zouden we nog flink moeten afdalen, alleen zie ik nergens meer aanwijzingen voor de aanwezigheid van een kloof, met van die steile wanden om tegen op te kijken. Komen we nou beneden uit, tussen zulke wanden, of juist bovenop, dat je aan de rand staat en naar beneden de kloof inkijkt, zeg maar? Wie zal het zeggen.
We stuiten op een soort t-splitsing. We kunnen rechts, en we kunnen links. Hoopvol vlieg ik op wegwijzers af, die half verstopt tussen de struiken doorsteken. Maar ja. Op geen van beide bordjes staat behulpzaam: ‘Melissakloof’, wijzend naar links, dan wel naar rechts.
‘Waarom?’ kreun ik. ‘Waaróm niet?’
‘Tja’, zegt Paul, om zich heen kijkend. ‘Wat nu?’
Kiezen is al niet mijn sterkste punt, maar als ik moet kiezen tussen links of rechts terwijl ik werkelijk geen idee heb, dan kies ik links. Bovendien: rechts ziet er helemaal niet uit alsof daar een pad loopt. En waar kom je dan uit? ’Kako Lagkadi’, vermeldt de wegwijzer. Ik zeg het hardop. Geen flauw idee wat dat is. De andere dan, naar ’Apetasti’ (?) naar links? Dat is de kloof ook niet.
Zucht.
‘Links!’ stel ik uiteindelijk voor, een geheel visuele keus, omdat dit pad betrouwbaarder oogt. En breder, ook. Ik heb goede hoop; tot al na tien minuten de weg stopt. Gewoon ophoudt. We staan midden in het struikgewas, langs een beekje, dat wel. Niks Apetasti, tenzij dat iets is wat zich hier aan dit doorlopende pad bevindt. 

‘Dit klopt niet hoor,’ constateer ik moedeloos. ‘Volgens mij zijn we verkeerd. Er is hier gewoon nergens een kloof.’
Omdat er geen ander alternatief is dan omkeren, doen we dat. Terug, de hele weg terug naar de auto, langs de bruggetjes, molens en de bron, waar ik wel heerlijk mij waterfles even vul, want het zweet gutst me langs de rug. Als een paard dat de stal ruikt zet ik regelrecht koers naar de auto. ‘Airco…’ verzucht ik, ‘ snel, op stand negen!’
‘Weet je…’ Paul nadert, vlak achter mij.
Oh oh. Stokstijf blijf ik staan, hopend dat er niet volgt wat ik vermoed.
‘Nou, op die splitsing, je kon daar ook naar rechts….’
Nee. hè. Ik zucht heel diep. Er volgt dus wel wat ik vermoed.
Voorzichtig olijk kijkt Paul me aan. ‘Toch jammer? Wie weet kom je dan bij die kloof?’
Een klein jammertje ontsnapt mij. ‘Maar….’
Waarom nù? We zijn nu helemaal terug. Waarom niet daarnet gelijk? Moeten we nu weer helemaal terug, langs al die bruggetjes, molens en trappertjes die ik nu uit mijn hoofd ken….? Ik zeg dit niet hardop, wetend dat dit zinloos is.
’O, nou, zullen we nog even terug gaan?’ stelt Paul onschuldig voor, ‘Zo ver is het niet, toch?’
Wat mij betreft hoeft het niet per se meer, maar hij wil wel graag. ‘Kom op. Nu zijn we hier en straks heb je er spijt van als we het niet doen.’
Dat weet ik zo net nog niet. Maar ik geef toe, natuurlijk.

Dus daar gaan we. Nog een keer langs de zo bekende bruggetjes, watermolens en de bron, maar nu bij de splitsing resoluut rechtsaf, pad of niet, richting ’Kako Lagkadi’, wat dat dan ook maar mag zijn.
‘Waaróm niet?’ vraag ik opnieuw. ‘Waarom zetten ze het er niet gewoon op? Melissakloof, rechtsaf….?’
Een bemoedigende grijns van Paul is het enige dat ik krijg.
En dan gebeurt het toch. We komen in de kloof! We dalen af, op een prachtig paadje, over nog meer oude trappetjes, bruggetjes en een onvermijdelijke watermolen, steeds dieper de kloof in. Vogels om ons heen in weelderig groen, een heerlijke mengeling van geuren komt mijn neusgaten in. Kruiden, bloemen, water.
‘Oooh! Wat is dit heerlijk!’ Alle vermoeidheid zakt weg, ik kom gewoon helemaal tot rust hier.
Het pad versmalt. We klimmen over boomstammen heen, waden door het beekje en dan is daar het  houten paviljoen waar ik op een bankje meerplof en om even heel stil te zijn. Mijn waterflesje laat ik leegklossen in mijn keel.

Je kan nog verder de kloof in hoor. Immens natuurschoon, pittoreske molens, geen woord van gelogen.
Maar wat zou ik nu graag het bordje volgen met ‘Auto, linksomkeert….’

Lefkada, juni 2016

(Visited 13 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *