Tand

Waarschijnlijk sliep ik nog maar net. Een blik op de wekker gaf de tijd: 03:00 uur. Voor de oud-en-nieuwjaarsnacht is het niet heel bijzonder als je dan net je bed ingerold bent. Ineens ontwaar ik vlak boven mij het hoofd van mijn oudste en daar schrik ik van.

Is er iets gebeurd? Hij was met kameraden op stap, ze hadden een eigen oudejaarsavondfeest, ergens in Rijswijk. Nu staat hij in onze slaapkamer. ‘Mam… ‘
Dan merk ik het washandje op dat hij tegen zijn gezicht houdt. Voor zijn mond. Ik ben wakker.
‘Ik kom het maar even zeggen,’ meldt hij dringend. ‘Ik ben gevallen, op mijn mond.’
Wat? Gevallen? Direct denk ik aan iets in het verkeer – hij was op de fiets en nou ja, er gebeurt van alles in zo ’n rare nacht.
‘Gevallen?’ herhaal ik wezenloos. ‘Hoe ehh….?’ Natuurlijk, ergens flitst het ondanks alles eventjes door mijn hoofd: mijn zoon is helemaal niet op zijn mondje gevallen… Maar dat geintje maak ik nu maar niet.
‘Ja, we waren buiten, een beetje vrolijk en zo, en Max sprong op mijn rug en toen viel ik voorover…. ‘ klinkt het berustend. Opvallend is het ontbreken van paniek of schrik bij hem. Van boosheid, verontwaardiging ook geen spoor.
‘Voorover?’ Blijkbaar kan ik alleen maar dom herhalen, maar in mijn hoofd is het razend druk. Wat is de schade? Waar is hij terechtgekomen? Wat moeten we nu doen?
‘Er zijn stukjes afgebroken van twee tanden,’ gaat hij door. ‘En eentje is ook nog naar beneden gezakt, volgens mij. ‘
Meteen denk ik terug aan tien jaar geleden, toen bij mijn jongste tot tweemaal toe een nieuw stukje aan zijn voortand gemonteerd is. Dat zit er nog en je ziet er niks van.
‘Ik dacht, ik zeg het maar gelijk even, ‘ benadrukt hij nogmaals. ‘Dat je geen hartverzakking krijgt als je het morgen ineens ziet of zo….. ‘
Ik knik, terwijl nog steeds de ene gedacht na de andere door mijn hersens flitst. Vooral: Wat moeten we nu doen? overheerst.
‘Heb je je erg pijn gedaan?’ is de zorgzame vraag van mijn lief, inmiddels ook wakker, waarop mijn oudste zijn schouders ophaalt. ‘Gaat wel, nu. Het bloedt alleen wel…. Morgen de tandarts maar bellen, ik ga nu maar slapen.’

Het houdt me nog geruime tijd bezig, die nacht en wat mij betreft komt er van slapen niet zoveel. Het hele beugeltraject komt weer langs, jarenlang orthodontist. En nu ligt een deel van dat prachtige gebit eruit. En die jongen is al zo precies op zijn uiterlijk…… Noem het ijdel, dat kan ook. Maar met recht kon hij trots zijn op zijn verschijning. Wat zal hij balen.

Óf mijn zoon was bek-af, óf hij is pas heel laat in slaap gevallen, maar pas rond half twee de volgende middag hoor ik wat tekenen van leven uit zijn kamer komen. Om zijn nek en rond zijn mond heeft hij een sjaal gewikkeld. Nu, in het licht, zie ik ook schrammen en schaafwonden op zijn wangen en de sjaal verhult ook niet dat zijn lippen helemaal dik zijn. Dat zal nog wel aardig blauw worden ook, vermoed ik.

Bij wijze van grote gunst mag ik even gluren hoe zijn gebit erbij ligt, zodat ik weet wat ik de tandarts kan vertellen. En het is niet zo best wat ik zie. Inderdaad, van twee tanden en hoek af en een derde hangt te laag. Dat hij me nog eens zo dringend zou verzoeken om de weekendtandarts te bellen….
‘Er is maar één patiënt voor u,’ knikt de man achter de balie geruststellend. ‘Dus dat valt mee, hè?’
Dat klinkt goed, dus optimistisch nemen we plaats in de wachtkamer, Olaf met de sjaal om zijn hoofd. Na ons schuiven nog een aantal mensen aan, hun gezicht in oplopende gradaties van Oorwurm. Nog steeds kun je het beste in de wachtkamer van een tandarts zitten als je er niet voor jezelf bent, bedenk ik me, terwijl ik mijn boek pak om lekker te gaan zitten lezen.
De afspraak bij de weekenddienst was snel gemaakt; op voorwaarde dat Olaf zijn verzekeringspas, ID-kaart én 150 euro contant bij zich zou hebben, was hij welkom. 150 euro! Dat noopte mij dus ook nog tot muurpinnen. Wij wachten daar en intussen verstrijkt de tijd zonder dat er ook maar enige beweging komt. Vreemd genoeg komen door de intercom steeds tandartsachtige geluiden; boren, spoelen, gemompelde opmerkingen. Het is niet duidelijk of dit ook wel de bedoeling is of dat die intercom per ongeluk aanstaat. Maar als er al een slachtoffer in de stoel zit, dan komt die er niet uit. Ik zie mensen ongeduldig op hun horloge kijken, zuchtend; ook Olaf zakt steeds verder onderuit, af en toe berichtjes op zijn iPhone tikkend.
En dan, na een uur wachten, gaat de deur open en rent iemand duidelijk opgelucht naar buiten, jaloers nagekeken door de wachtende pijnlijders. Maar ja, er is één patiënt nog voor hem aan de beurt. Je zou er toch maar nog drie of vier voor je hebben!
‘Als deze nou ook maar niet een uur duurt, ‘ fluister ik, waarop Olaf – de sjaal wijkt niet van zijn gezicht – wanhopig met zijn ogen draait. Het is geen uur, maar wel drie kwartier later voordat hij eindelijk naar binnengeroepen wordt. Dat hij ooit nog eens met zoveel enthousiasme de behandelkamer van een tandarts zou betreden!
En nog eens vijf kwartier duurt het voordat hij weer tevoorschijn komt, om mij te roepen. De sjaal om zijn hoofd doet mij vermoeden dat het in ieder geval nog niet klaar is en dat blijkt ook zo te zijn. Het enige dat de tandarts nu heeft kunnen doen zijn voorbereidende werkzaamheden zoals een wortelkanaalbehandeling, ontsmetten, coaten. En of ik maar even 237 euro wilde neertellen. Contant.
‘Maar,’ pruttel ik, ‘ik moest 150 bij me hebben…. ‘
De arts zucht verontschuldigend. ‘Dat is het oude tarief. Het nieuwe is hoger en dat zijn ze nog niet gewend bij het afsprakenbureau.’
Tja, het is 1 januari. Nieuw jaar, nieuwe kansen, hogere tarieven. Dus of ik maar even wilde gaan bijpinnen. Als het niet zo stormde en hoosde van de regen zou me dat minder kunnen schelen. Nu word ik drijfnat van die tien minuten dat ik buitenloop en als verzopen kat ren ik weer naar binnen. ‘Morgen bij de eigen tandarts verder!’ raadt de weekenddienst dringend aan.

Dat doet mijn zoon maar al te graag. Er gaapt nu zo ’n gat in zijn mond, dat hij zich voorlopig aan niemand vertoont. De naar beneden gezakte tand was helemaal afgebroken bij de wortel en is eruitgehaald, daar moet een stifttand voor in de plaats komen.
Maar als hij de volgende dag de tandarts bezoekt, wacht een nieuwe tegenslag. Omdat zijn gezicht nog zo opgezet is, kan hij pas over een week behandeld worden.
Een week! Gelaten installeert mijn oudste zich in zijn kamer. Mét sjaal. Die zal er de hele week niet afgaan.

(Visited 35 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *