Beer

‘Maar ik wil wel een beer zien. Die garantie wil ik. Dat er een beer is. ‘
Mijn lief spreekt op plechtige toon. Zojuist hebben we bedacht dat we wel naar de Tiergarten in Schönbrunn willen. De oudste dierentuin van Europa en ook nog een hele mooie, schrijft men.

Via de gratis wifi in ons Weense appartementje kom ik erachter dat het ook nog een vrij grote dierentuin is. Er leeft van alles, van wandelende tak tot Afrikaanse olifant. Daartussen doodskopaapjes en gieren. Ook leeuwen, pinguins, tijgers en slangen. En ja: er zijn beren.

‘Kijk! ‘ juich ik.  ‘Een ijsbeer! En brilberen, koala ‘s, panda ’s en neusberen. Beren zat! ‘

‘Dan is het goed, ‘ zegt Paul.  ‘Want ik wil een beer zien. ‘

Het is warm en de zon is best heet op het hoofd (waar is nou toch dat petje???), maar in het inderdaad prachtige dierenpark is ook veel schaduw. Doelgericht stipple ik een looproute uit, waarbij we ook langs de ijsberen moeten komen. Na de hal met het tropische regenwoud is het dan zover.

‘O ja, ‘ zeg ik dan.  ‘Daar is het ijsberenverblijf. In aanbouw….. ‘ We lopen langs een houten wand waarachter hijskranen staan.

‘Wat? ‘ Mijn lief veert op.  ‘In aanbouw? En waar zijn de ijsberen dan nu? ‘

Ik grijns. Geen idee. Niet hier, in ieder geval.  ‘Weg, ‘ constateer ik.  ‘Geen ijsberen… ‘ Waar zouden ze die eigenlijk zolang laten?

We wandelen verder. Verwachtingsvol posteert Paul zich even later voor het buitenverblijf van de brilberen. Maar ja.  Ook hier niets te zien. Geen beer, niks.

‘Liggen weer te slapen zeker, ‘ zucht hij gelaten.  ‘Het zal wel weer. ‘

Inderdaad. Waren we niet vorig jaar in Parijs, waar die beer ook ergens achterin languit lag te pitten? En komen? Ho maar.

En inderdaad. Ook deze brilbeer is en blijft onzichtbaar. De prachtige keizerpinguïns maken wel wat goed. Maar zonder beer gaan we niet weg, natuurlijk.

‘Kom. Ik zie daar wel neusbeertjes, ‘ zeg ik.  Weliswaar klein, maar in ieder geval zichtbaar.

De olifanten, leeuwen en giraffen zijn er ook, gelukkig. Ik verleg de route naar de panda ’s en kan echt mijn grinnik niet binnenhouden als ook in die boom geen dier te bekennen is, op wat mussen na.

‘Ik stel mijn verwachtingen bij, ‘ meldt Paul neutraal.  ‘Er zijn mij beren beloofd, maar ze zijn er niet. ‘

Dorstig ploffen we na heel wat uren rondslenteren neer op wat terrasstoelen en bestellen bier. We voelen de voeten wel zo langzamerhand.  ‘We kunnen natuurlijk nog even teruglopen naar de brilberen, ‘ stel ik  grijnzend voor.  ‘Kijken of ze wakker zijn. Maar ja….. ‘

Het is een half uur voor sluitingstijd.  ‘Mijn benen zeggen nee, maar voor een beer heb ik wel veel over hoor! ‘ Paul klotst de laatste slok bier naar binnen, hijst zich overeind en is al onderweg.  ‘Kom! ‘

Een beetje de slappe lach heb ik langzamerhand wel.

Maar als dan ineens twee grote, prachtige, zwarte brilberen voor onze neus verschijnen, blijkt de moeite niet voor niks.

‘HA! Beren! ‘roept Paul blij.  ‘Kijk. Daar kwam ik voor! ‘

En de ijsberen? Die avond duwt Paul me de website van de Tiergarten onder mijn neus. De ijsberen logeren elders tot hun onderkomen gereed is. In Diergaarde Blijdorp.

(Visited 14 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *