Bits

Wat kunnen die wijven kijven zeg. Ik dacht toch dat de Weense dames enigszins fijntjes en vriendelijk waren. Nu zullen die ook wel bestaan, maar laat nou net een paar vrouwen vol frustraties ons pad kruisen…..

HALLOOOO! ‘

Nee, dit is geen vriendelijke groet, dat is duidelijk. We staan op de Stephansplatz bij de lange rij fiakers, waar een paar toeristen de treurige moed hebben om de paarden over hun neus te aaien.

‘Don ’t touch!‘, reageert een struise Weense koetsierse furieus, maar dit valt niet zo op omdat ze ook ingesprek is met een collega. De toeristen horen het dan ook niet. Ik realiseer me ok pas wat ze zei, als ze opspringt en begint te krijsen.

Hallooooo! Dont ‘touch, I said!! Are you deaf?

De toeristen schrikken zich rot en springen achteruit.  Ze zien een rood, pafferig, venijnig  hoofd naast de paarden opdoemen.

Zou je al besluiten een ritje te maken in een fiaker – mocht je daarvoor voldoende kapitaal op zak hebben – , dan in geen geval met deze tante op de bok. Hoezo klantvriendelijk?

De tram stopt bij een halte aan de Burgring. Er stapt een bejaarde dame in, uitgetekend Weens: smal, klein, volledig

aangekleed. Even in ogenschouw genomen dat het 34o is, strakblauwe hemel met zon en er komt iemand de volle tram in met zwarte wollen kousen, laarzen, dikke jas en een hoed, dan valt dat op. Vandaar het laatste criterium: volledig aangekleed. Zelfs voor een Wener, die zich doorgaans heel degelijk en vormelijk gekleed door de stad begeeft.

Deze dame moet zeker 80+ zijn, maar ik besef dat schijn kan bedriegen hier. Mensen zien er ook wel veel ouder uit dan ze zijn.

Millimeter voor millimeter schuifelt ze in slow motion de twee treedjes op die de toegang tot de tram vormden, helemaal krom, wiebelig en slecht ter been, dat is duidelijk. Een goedopgevoede puber staat na lichte aarzeling toch op om haar een zitplaats te bieden. Gelukkig, want anders had ik misschien dan wel moeten doen en ik was al blij om even te zitten….

Maar de heks negeert het aanbod volledig. Ze klemt zich aan de stang en blijft staan. Haar zwarte kraaloogjes flitsen het rijtuig door en de smalle samengeknepen lippen voorspellen zeker geen vriendelijk bedankje, hetgeen dan ook niet komt.

Bij de volgende halte moet ze er weer uit. Als de deuren openklappen, gaat ze in omgekeerde volgorde weer de treedjes af. Millimeter voor millimeter. Mensen achter haar wachten geduldig tot ze op straat zal staan. Maar dan heft ze haar hoofd. En doet ze haar mond open.

Sie können da aussteigen, ja!’  Met haar puntkin wijst ze vinnig naar de doorgang aan de andere kant van het hakje. En ze snauwt verder. ‘Sie brauchen nicht zu warten. Dort!’  Er volgt nog iets vinnigs dat ik helaas niet kan verstaan.

Mijn ogen zijn als schoteltjes. Wie verwacht zo ’n reactie van zo ’n frêle dametje, hier, in Wenen?

Maar de mensen achter blijven stoïcijns en reageren niet. Ze volgen haar advies en springen via de andere deur de tram uit. En zijn al nergens meer te bekennen als de heks eindelijk uitgestapt is. En onze tram verder kan rijden.

Ben ik blij dat ik niet voor haar opgestaan was……

(Visited 18 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *