Brand

‘Verrek!’
Vanaf ons tafeltje op het terras van de taverna aan de baai zie ik ineens een rode gloed. Ik tuur langs de berghelling naar boven. Is dat nou vuur?
In de oksel van de baai, halverwege de berg, laait iets. Ja, dat is vuur. Er brandt daar iets!
Ik wijs Paul erop. ‘Kijk eens! Volgens mij is er brand daarboven!’
‘Ja zeg. Fikkie stoken door een boer?’ oppert hij eerst, maar daar komt hij direct op terug.
‘Nee, dat is veel te groot voor een simpel fikkie….’
Ik blijf turen, wordt het al minder? Ik probeer of ik kan constateren dat het alweer uitgaat, maar dat lukt niet. Er brandt echt iets, en langzaam breidt het zich ook uit daarginds, of ik het nou wil of niet.

Inmiddels heeft het fenomeen de belangstelling van nog meer gasten in de tavera gewekt. Mensen staan op, ze wijzen en ratelen. En natuurlijk komen de onvermijdelijke mobieltjes tevoorschijn. Er worden massaal foto’s gemaakt.
‘Er is brand’, zeg ik verbijsterd en een beetje ongerust. De berichten over de enorme bosbranden van afgelopen zomer in Griekenland, waarbij zoveel verloren is gegaan, liggen nog vers in mijn geheugen. Gaan we dat nou hier ook meemaken? Dat hoop ik toch maar niet. Ik verwacht inmiddels ook sirenes of zo, minstens van de brandweer, maar tot mijn verbazing blijft helemaal stil. Doen ze dat hier niet? Ik word er stiekem een beetje onrustig van.

We zijn klaar met eten en rijden terug naar ons appartement. Dat ligt wat hoger tegen een andere bergheling en daar hebben we nog beter zicht op het vuur.
‘Het is echt een bosbrand hoor,’ zeg ik, met toch wel groeiende onrust.
Vanaf ons eigen terras is goed te zien hoe het nog steeds blijft oplaaien. Maar dan hoor ik eindelijk een geruststellend geronk in de lucht. Vliegtuigen?
‘Ah, blusvliegtuigen!’
Natuurlijk. Zo doen ze dat hier. Al vind ik dat daar erg lang mee gewacht is, de brand is minstens al een uur aan de gang. We zien de vliegtuigen vlak boven het wateroppervlak van de baai scheren om water te tappen. Ze stijgen weer op, laten het water los boven de brand en keren terug.

Al met al blijf ik het een beetje sinister vinden, dat vuur. Er zit nog wel een berg tussen ons en de brand, maar toch, het breidt zich uit, dat kunnen we wel zien. Ik gluur naar de plek waar de eigenaren van het appartementencomplex zitten, benieuwd hoe zij reageren. Net als je bij paniekerige toestanden in een vliegtuig het cabinepersoneel in de gaten moet houden (heb ik wel eens gelezen). Doen ze normaal, dan is er niks aan de hand.
De eigenaren doen normaal. Ze zitten rustig aan hun eigen tafel, zo te zien letten ze niet eens op de brand. Zijn ze zoveel gewend hier?
Opnieuw tappen de vliegtuigen water en vliegen door om hun lading los te laten.

Het lijkt erop dat de vlammen niet onze kant uit komen, dus we besluiten maar om gewoon te gaan slapen. Wel stop ik paspoorten, portemonnee, mijn fototoestel en zo bij elkaar in een tas die, met Pauls’ filmrugzak, voor het grijpen staat. Je weet het nooit, mochten we vannacht toch snel weg moeten…

‘Er is een groot huis verbrand daarboven,’vertelt de eigenaresse de volgende ochtend tijdens ontbijt. ‘Er is niets van over!’ Ze wijst naar de geteisterde bergwand. We zien het nog nasmeulen. Slechts zwartgeblakerde bomen herinneren nog aan het vuur. De vrouw haalt schouders op. ‘Pech…’

Zo is dat hier.
Mani, september 2018

(Visited 16 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *