CombiPass

Het is hartstikke mooi: een CombiPass voor honderd musea en het openbaar vervoer. Twee dagen geldig en nergens wachtrijen! Natuurlijk nemen we die. Online bestellen we ze, drie dagen voor we afreizen naar Parijs. Ze worden bij het hotel afgeleverd een dag voor aankomst, zo wordt ons gegarandeerd.

Opgewekt vraagt mijn lief dus aan de geen-engels-sprekende-receptiniste (ze bestaan nog in Frankrijk!) naar de envelop die voor ons afgegeven is van La Conciergerie. Onmiddellijk schudt ze gedecideerd haar hoofd. Nee. Die hebben ze niet. Ze hoeft het niet eens na te kijken, ze weet het. ‘Non non, pas d’ envloppe ici!’

Paul dringt aan en ze duikt in kasten, planken en achter een deur, maar overal komt ze hoofdschuddend weer tevoorschijn. ‘Non! Pas d’enveloppe!’

Wij kijken elkaar zuchtend aan. Bellen dan maar. Op de bevestigingsbrief staat een telefoonnummer. Met onze mobiel blijkt dat niet te werken, we krijgen uitsluitend een foutmelding, dus gaan we naar de openbare telefoon die het hotel zelfs rijk is. We moeten een kwartier wachten op twee Britse pubermeisjes op schoolreis, die met hun thuisfront in gesprek zijn en hun gehele levensloop met ze doornemen. Als we dan eindelijk kunnen bellen, krijgen we ook hier foutmelding.

‘Het nummer bestaat niet!’ roept Paul gefrustreerd ‘Wat nu?’

Ik wijs naar onze receptiedame en suggereer om te vragen of ze even wil helpen een telefonische verbinding tot stand te brengen. Dat wil ze wel. Ze belt zelf, maar krijgt geen gehoor. Geen foutmelding gelukkig, maar niemand neemt op, meldt ze ons, terwijl ze op tragische wijze haar schouders ophaalt. Paul besluit om La Conciergerie dan maar een mail te sturen. Alles kan tegenwoordig, met iPads op zak.

We laten het rusten en wandelen naar La Butte de Montmartre om wat te eten. Best een klim, al die trappen, maar gelukkig staan er bovenaan steeds bankjes, waarschijnlijk voor 50+’ers zoals wij, om even te kunnen uitblazen. Hijgend laten we ons daar op neervallen, voordat we doorlopen naar het Place du Tertre voor een heerlijk vismenu. Het blijkt helemaal niet lastig te zijn om te kunnen bestellen wat ik met mijn tijdelijk koolhydraatarme dieet mag eten. Keus genoeg! Want die tien kilo die ik kwijt ben, wil ik er niet meteen weer aan hebben!

Er heerst opluchting als op de iPad een reactie van La Conciergerie verschijnt. Heel beslist melden zij echter dat zijn de envelop echt hebben afgegeven. ‘ Wacht de ploegenwissel af en vraag het een ander,’ raden ze ons aan. Blijkbaar hebben ze dit vaker meegemaakt, wat als wij de volgende ochtend een andere dame achter de balie met ons probleem lastig vallen, roept deze er iemand bij die binnen twee minuten terugkomt met een bruine envelop.

‘Ja! Ah! Dat is hem! Merci beaucoup!’ roepen we allebei stralend.

Ons verblijf kan dan niet meer stuk. Met de Combipass doorkruisen we de stad, en bezoeken we musea die je normaal nooit zou zien. Geen honderd nee, maar wel een stuk of tien. En grijnzend lopen we de wachtrijen voorbij.

Het is jammer dat we de eerste nacht steeds uit de slaap gehaald worden door een stel Duitse studenten die de hele nacht vanuit open ramen naar elkaar zitten te schreeuwen. Die nacht droom ik. Ik ben ergens waar ik niemand kan verstaan. Niemand verstaat mij ook. De taal lijkt een onoplosbaar probleem te zijn. ’s Ochtend doe ik er verslag van. ‘Het kan heel beangstigend zijn!’ zeg ik. ‘Dat kan alleen in een droom!’

‘Ja,’ antwoordt Paul, ‘ of je bent met vakantie in het buitenland, natuurlijk…..’

Het is tropisch warm, we boffen ontzettend, maar ook is deze temperatuur erg vermoeiend. Na die twee dagen hebben we geen voeten meer over, de blaren zitten overal. Uitgeput strompelen we zondagavond de rondvaartboot in. Geen stap zet ik meer. Wat heerlijk om eventjes heel passief de stad vanaf het water te kunnen bekijken!

Nog één ochtend rest ons . We rijden naar de Jardin des Plantes. Nog steeds schijnt volop zon. De eerste keer zijn we er niet op bedacht. Tsj-stsj-tsj-tsj horen we. Volkomen argeloos loopt mijn lief een pad in om vervolgens helemaal zeiknat gesproeid te worden. Want de tuin wordt via een vernuftig irrigatiesysteem gedrenkt. Overal staan de sproeiers. Als je wilt rondwandelen, prima, maar je moet jezelf maar redden. ‘Kijk uit voor tsj-tsj-tsj!’ roep Paul steeds. We berekenen de snelheid van iedere spuit om er enigszins droog langs te rennen. Dat lukt niet altijd, natuurlijk. Tsj-stsj-tsj-tsj–tsj-tsj.

Na verorbering van de lekkerste Croque-madame ooit – Paul volgens eigen zeggen – moeten we dan toch maar weer terug naar Den Haag. Heerlijk om weer even in Parijs te zijn. Tot over een jaar.

(Visited 21 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *