Drup

Het is warm in Epidavros. We zitten aan lange tafels in de heerlijk lopen lesruimte. Af en toe moeten we een stukje opschuiven om uit de zon te blijven, want het zweet staat ons op de rug. Zoals voortdurend trouwens in de afgelopen twee maanden. Maar echt, je went aan het heerlijk warme weer in dit land.
We zijn hier een weekje om beter Grieks leren, dat kan geen kwaad. Iedereen zit in luchtig in korte kleren, ook onze Griekse docent staat stralend en onvermoeibaar te dartelen in korte broek en shirt. In de pauzes zoeken we de schaduw op.

Als een paar uur later plotsklaps donkere wolken voor de zon schuiven, kijken we dus vreemd op. De eerste spetters vallen al gelijk na de les, onderweg naar de hotelkamer. Een zacht gerommel in de verte ontaardt  snel in hevig onweer, donder en bliksem volgen elkaar in rap tempo op. We halen warempel de paraplu tevoorschijn om naar een restaurantje te lopen. Paraplu!
Tussen plassen door springend zoekt ook onze hond Mickey zijn weg. Dakgoten stromen over, er ontstaan stroompjes op straat, de regen blijft maar op de straten plenzen. Wel heerlijk hoor, de bomen en struiken smachten naar vocht, je hoort ze het gulzig opslurpen. Zeus wil zeker een grote achterstand inhalen, na zo’n lange tijd van droogte. Ik steek een duim naar hem op, als er weer een bliksemschicht langs flitst. Goed bezig, die Griekse oppergod.

Maar dan, voldaan uitbuikend in ons hotel, waar de stroom natuurlijk steeds uitvalt en dus ook het internet, hoor ik het.
Drup-drup-drupdrup
Het lijkt uit het badkamertje te komen. Fronsend springen we op om te gaan kijken en glijden nog net niet uit over de natte vloer die inmiddels is ontstaan.
‘Het lekt!’ roep ik, totaal overbodig. ‘Jeetje!’
We staren naar het water dat boven de deur naar de badkamer  naar beneden sijpelt. ‘Ehh,.. wat…’
Paul schiet al naar buiten, maar er is op dit tijdstip natuurlijk niemand meer bij de receptie. Dus – wat kun je anders doen? – verzamelen we schaaltjes en pannetjes om vannacht in ieder geval het water op te vangen. Want het onweer stopt niet, ook de regen gaat maar door.

Midden in nacht word ik wakker als ik Paul uit bed voel rollen. Dat gebeurt wel vaker natuurlijk, even plassen. Maar dan, als ik in de richting van de badkamer tuur, frons ik voor de tweede keer deze avond. Klopt het wat ik nu denk te zien? Ik knipper nog even met ogen. Staat hij nou te filmen?
Mijn ogen hebben me niet bedrogen. Paul is bezig om met zijn mobieltje de lekkage en het gedruppel vast te leggen, voordat hij de inmiddels volgesijpelde schaal optilt om hem leeg te gooien. Maar het wordt nog mooier.
Want vervolgens loopt hij naar de tuindeuren, klikt die open stapt de tuin in. In de stromende regen, nog steeds filmend met zijn telefoon. Hij neemt het onweer op, de donder en de bliksem. Ik hoor de regen kletteren op de terrastegels, het stroomt vanaf de dakrand op de grond. Daar middenin staat mijn echtgenoot, in zijn blote bast, midden in de pikdonkere nacht, te filmen. Zelfs hond Mickey ligt verbijsterd toe te kijken, vanaf zijn veilige, knusse mand. Geen stok die hem onder deze omstandigheden naar buiten krijgt. Ik doe mijn best om een opborrelende grinnik binnen te houden, wat maar half lukt.   

De regen is gestopt als we een paar uur later naar het ontbijt wandelen. Maar het is op de een of andere manier anders in de tuin. We waden door het beekje dat gisteren nog het pad was, langs een in een vijver veranderd grasveldje met geknakte bananenbomen. Bij de bar zit de eigenaar, in zak en as. Dit weer heeft hij hier nog nooit meegemaakt, vertelt hij mistroostig. ‘Nog nooit in deze mate. Hier zijn we helemaal niet op voorbereid…’
Voorzichtig melden we hem onze lekkage, die hij belooft te zullen repareren – dat zal echt ooit wel gebeuren. Maar tot mijn verrassing staat het ontbijt ondanks alles gewoon klaar, en de koffie ook!

De temperatuur is meteen een graad of tien gedaald. In lange broek, met jassen en vesten bij de hand, gaan we naar het leslokaal, waar onze tafels verplaatst zijn naar het meest droge gedeelte. Onze Griekse leraar staat nog even stralend en onvermoeibaar te dartelen, nu in lange broek en jas. In de pauzes zoeken we het zonnetje op.
We gaan gewoon door. Storm of niet, waterbad of niet. Grieks zullen we leren, tussen de regenbuien door. 

(Visited 13 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *