Haven

Per abuis liepen we een priklocatie binnen, terwijl we wilden inchecken voor de boot naar Ancona. 
We hadden ons net rotgezocht naar de ingang van het haventerrein. Nergens staan informatieborden. En we waren hier niet eens voor het eerst! Ik dacht eindelijk het incheckgebouwtje gespot te hebben, maar dat bleek dus niet zo te zijn. Een vriendelijke dame snapte het en verwees ons naar het kantoor van Minoan Lines, iets verderop. Ja, toen herkende ik het wel weer.

De incheckhal is uitgestorven. Geen kip te bekennen. Lekker rustig, denk ik nog, maar al snel komen we erachter waarom.
‘De ferry vertrekt om tien uur vanavond!’ 
Ik moet deze mededeling van het meisje van Minoan Lines even tot me door laten dringen en herhaal een beetje wezenloos haar woorden.
‘Tien uur?’ Ik steek er al mijn tien vingers bij op, alsof het kind niet snugger zou zijn. De boot zou toch om zes uur vertrekken? En het was nu drie uur. 
Het meisje knikt bezorgd. ‘We hebben alle gasten ingelicht van de vertraging. Bent u niet geïnformeerd?’
Niet dus. We taaien af, met onze tickets. Vorige keer was er ook vier uur vertraging, maar het lijkt wel erger te zijn als dit ‘s avonds is. Er zit niets anders op dan gewoon zeven uren te wachten. En wat doe je dan al die tijd? Tja. De stad in en ergens lekker gaan eten. Overmacht, heet dat. 

Het is prachtig weer; gezellig druk in de smalle straten van Patras met hun fraaie kerstversieringen, maar nog steeds wat aan de vroege kant als we weer terugkeren bij de haven. De boot is nog niet binnen, het is volstrekt onduidelijk waar de rij voor onze ferry komt te staan. Een informatiebord zou handig zijn, weer, maar ja. We rijden wat doelloos rond van de ene naar de ander opstelplek, waardoor we niet veel wijzer worden. Er zit niets anders op dan ergens rustig gaan staan en geduldig te wachten op de boot, dan zie je vanzelf waar je moet zijn. 

Maar zo rustig is dat helemaal niet. Uit allerlei hoeken duiken ineens mannen op, rennend, alsof ze op de vlucht zijn. Havenpolitie achter ze aan, racend in auto’s en eentje met een politiehond, die we al wel eerder tussen de vrachtwagens hadden zien lopen. Speuren. Ik dacht toen aan drugs, maar het doelwit is dus dit. Verstekelingen. Vluchtelingen.
Het blijft maar doorgaan, de hele tijd dat we daar staan – want de boot laat nog uren op zich wachten. Mannen, allemaal in het zwart gekleed met een wollen muts op, kris kras over het haventerrein hollend als ze ontdekt zijn, richting uitgang.

Met een zucht van verlichting ontwaar ik dan eindelijk de boot, slechts zichtbaar door lichtjes, want we zitten inmiddels in het pikdonker tussen rijen vrachtwagens en slechts een handjevol personenauto’s. Nu zullen we wel vlot weg zijn.
Denk ik. 
Ik had beter kunnen weten. 

Het schouwspel van ontschepen start zo laat op dat wij al beginnen te denken dat de boot gewoon leeg is, maar dat is toch een misvatting. Een aal op gang komt er geen einde aan de stoet die het schip uit zijn ruim spuwt. Intussen begint er een schouwspel van inschepen zoals nooit van te voren vertoond. Zoveel chaos en ongestructureerd door elkaar rijden heb ik nog nergens eerder gezien.  Goed voor het tijdverdrijf, want het duurt nog uren. 

Toch komt het goed. Het is tegen middernacht als we neerploffen op het bed in onze hut. Een avondje haven van Patras – echt aan te bevelen.

(Visited 66 times)

One Comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.