Huiseigenaar

Twee dagen lang wanen wij ons huiseigenaar op Ithaki.

Calypso Appartments. Mijn keuze viel hier gelijk op door het geweldige uitzicht over de hele baai van Vathi dat het beloofde. Ik zag ons al helemaal zitten, met glaasjes wijn op het grote balkon… Ik zie het bordje direct als we vanaf de boot Vathi inrijden. Dat begint, heel on-Grieks, dus goed! Rechtsaf slaan en na 1,9 kilometer zullen we Calypso Appartments bereiken. Consequent volgen de bordjes elkaar op, bij elke splitsing staat er eentje dat ons de juiste weg wijst. En de afstand wordt steeds korter, het klopt allemaal. Tot aan het laatste bordje. ‘Calypso Appartments, 900 meter’.

Vol goede moed beginnen we aan een steile klim, een weggetje met haarspeldbochten. ‘Klopt hoor!’ juich ik, ‘want het moet hoog liggen!’ Ik dacht aan de foto van het panorama over de baai op de website.

‘Nou,’ mompelt Paul na enige tijd, ‘Hoe ver is 900 meter eigenlijk?’ Want we rijden maar door, maar nergens is meer enige aanduiding te bekennen, laat staan het hotel zelf. ‘Griekse 900 meters misschien?’ opper ik voorzichtig. ‘Een wat ruimer begrip?’ We rijden nog een stukje verder om dan plotseling in het volgende dorp te arriveren. ‘Nee, we zijn nu te ver,’ zeg ik beslist. ‘Dit klopt niet meer.’
Terug dus. Helemaal tot het laatste bord dat wij gezien hadden. Het staat er écht en wijst ook echt naar de omhooglopende weg. We kijken elkaar aan.
‘Nog maar een keer?’ stelt Paul voor. Heel rustig rijden we dezelfde weg nog een keer, intussen centimeter voor centimeter rondloerend wat we daarnet gemist moeten hebben. Tot we weer in hetzelfde volgende dorp aankomen.
‘Toch maar even bellen?’ vraag ik. We hebben een telefoonnummer, gelukkig, op de bevestiging staan. Eerst gaan we weer terug naar het laatste houvast, het punt waar het laatste bordje hardnekkig alsmaar naar dezelfde route blijft aanwijzen. Het móet daar ergens zijn. Alleen: het is er niet! En tot overmaat van ramp neemt niemand de telefoon op.
‘We zien iets over het hoofd,’ constateert Paul. ‘Dat moet wel! Maar wat?’
Tegen beter weten in nemen we een ander weggetje. Want misschien is het bordje wel gedraaid of zo, per ongeluk. Je weet het niet.

Maar het bordje is niet gedraaid. Het weggetje leidt ons met een grote bocht terug naar ons uitgangspunt. Calypso? Ho maar. In geen velden of wegen te bekennen. Maar dan krijgt Paul een idee. Na even zoeken vindt hij een dagteller in onze huurauto. ‘We gaan precies die 900 meter rijden,’ zegt hij. ‘En kijken waar we dan staan!’
Ik heb eigenlijk geen vertrouwen in de afstandsaanduidingen in dit land, maar dit blijkt in dit geval toch ten onrechte te zijn. Want na exact 900 meter stoppen we naast een oprit. Eigenlijk beter een afrit genoemd, omdat hij onmiddellijk naar beneden duikelt en achter bomen links de bocht om gaat. Helemaal uit het zicht ligt daar een prachtig huis.
Sjee! Niet normaal gewoon! Dáár wil ik wel logeren! Maar ja, elke naamsvermelding ontbreekt. Niets wijst erop dat dit een hotel zou zijn.
Hoewel, ineens zie ik wel dat het uitzicht klopt! ‘Dit is het!’ juich ik, als Paul de auto uitstapt om te voet de zaak verder te onderzoeken. ‘Dit móet het zijn!’
Als hij na een paar minuten grijnzend terugkomt, weet ik dat we Calypso gevonden moeten hebben.
‘Het is hier inderdaad’ zegt hij. ‘Dat is het goede nieuws. De voordeur staat wagenwijd open. Er is een soort receptie, en ik zag een bak vol met visitekaartjes liggen. Maar het slechte nieuws: er is niemand te bekennen… Helemaal niemand. Het is totaal verlaten. Nobody here!’

O. Ik zucht eens diep. Wat nu? Wachten? Maar ja, hoe lang? Net als ik begin te overwegen om een andere hotel te nemen (er zijn er genoeg) gaat Pauls mobiel. Hee. De eigenaar belt terug. Ik hoor aan de andere kant iemand heel hard en zenuwachtig ratelen, woorden zoekend in het Engels.
‘Ah!’ roept Paul. ‘Yes, we are here!’ Hij knikt en grijnst mij toe. ‘Sorry? You are not here? ….. No, nobody is……. What? You …… oh, we can stay…..? You are in where? In Athens? … Ohhhhh… I see…. Sorry? I …… I don’t quite understand you now,… room 40?……. OK, Thank you!’
Onverstoorbaar verbreekt Paul de verbinding. ‘Nou, hij is er niet, maar we mogen blijven….’
Ik zit vol vragen, en hij gaat door. ‘Honderd keer sorry, sorry, maar hij zit in Athene, er was iets met zijn vrouw, een noodsituatie…… We mogen kamer 40, dus eh……’
Ach jee. Ja, een noodsituatie, daar kan niemand iets aan doen. Als hij ons nu vergeten was, dan zou ik nu weggaan hier. ‘Goed!’ zeg ik dus. ‘Laten we kamer 40 zoeken!’
‘Alleen is er morgen geen ontbijt, want hij is er niet en niemand anders is er,’ vervolgt Paul. Ik haal mijn schouders op. ‘Ach nou ja. Dan eten we wel ergens anders.’

‘Zeg. Als we nou een keer veel geld winnen,’ zegt Paul guitig, terwijl we alle deuren in het hotel opentrekken die open kunnen, ‘zullen we dit dan kopen?’
Want we vallen van de ene verbazing in de andere. Wat een ruimte! Die kamers! En de plek, de ligging alleen al! Wat een huis is dit!
‘Ja!’ schreeuw ik enthousiast, ‘Doen! Hier wil ik wonen, hier is wel iets van te maken!’
‘Kijk, hier een groepsruimte, en als we dan daar het woongedeelte maken……’
We zien het wel zitten. ‘Wel even die eigenaar uitkopen, maar ja, iedereen is te koop….,’ mijmert Paul. ‘Kom, we gaan eten!’
Dan bedenk ik me iets. ‘Ja, ik wil de feestvreugde niet verpesten hoor, maar als iemand hier nou straks als we weg zijn de voordeur dichttrekt, hoe komen we er dan in vanavond?’

Tja. Wij zoeken ramen, of balkondeuren die in geval van nood te gebruiken zijn, maar helaas. De voordeur stond dan wel open, maar verder is alles aan wat toegang naar binnen zou kunnen geven, potdicht op slot. Na wat heen en weer gepraat besluit Paul om de eigenaar in Athene weer te bellen.
‘Ah….’, zegt die, en valt stil. Daar had hij nog niet aan gedacht. Maar hij komt met een oplossing. ‘Gaat u maar rustig eten. Ik bel de cleaning lady en die komt binnen nu en een paar uur haar sleutel brengen. Die legt ze dan ergens op de balie! En oh ja, legt u morgen het geld ook maar gewoon daar neer, dan komt het wel goed. Prettig verblijf in Calypso Apartments! En nogmaals sorry sorry, maar bedankt…..’
Mijn mond valt open. Wat een vertrouwen hebben de mensen hier nog in elkaar. Wat heerlijk dat dat zo kan…..Zou het met de sleutel ook goed komen? Wij hopen het ook maar het beste van. Het leven bestaat tenslotte uit risico’s nemen. Onze opluchting is toch wel groot als wij ’s avonds terugkomen en de voordeur staat nog steeds open. En als ik zie dat er een sleutel in steekt!
Twee dagen lang wanen wij ons huiseigenaar op Ithaki.  Het waren twee fantastiech dagen. Ik sluit en open de voordeur met onze eigen sleutel. We maken plannen voor de verbouwing en inrichting. Ons huis op Ithaki. Wat een heerlijk gevoel…  

(Visited 10 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *