Kleedje

Als ik haar zie staan door het poortje heen, stokoud, krom, helemaal in het zwart gekleed en loerend naar ons, wil ik direct mijn natuurlijke impuls volgen. Namelijk omdraaien en weglopen, of een zijstraat in. Ik kies het laatste, omdat die in dit geval direct beschikbaar is en mijn gedrag voor anderen dan niet opvalt. Subiet stap ik daarom het kerkje aan mijn rechterhand binnen waarvan de deur openstaat, hopend dat Paul dat ziet en achter mij aankomt. Alleen gebeurt dat niet.

‘Kom eens!’ hoor ik hem zeggen, van buiten. Shit. Ik trek een gezicht en ga terug. ‘Wat?’
‘Kijk’. Mijn lief knikt naar het oude wijfje waarvoor ik juist vluchtte. Ze staat er nog steeds en  – erger! – ze wenkt ons met haar vinger – ‘Kom!’ –   hetgeen ze laat volgen door een armgebaar, bedoeld als welkom, naar het gebouw waar ze voor staat. 
’Ze wil graag dat we naar haar toe gaan. Ze nodigt ons uit, zie je?’ Paul vindt het leuk. Ik niet.
‘Ze loert!’ mompel ik. ‘Ik vertrouw het niet.’ Waarop Paul in de lach schiet.
’Zal je zien dat ze die deur op slot draait zodra we binnen zijn!’ zeg ik. ‘En zie er dan maar weer uit te komen….’ Ik voel er niet veel voor en probeer Paul mee te trekken het kerkje in.
‘Welnee joh. Het is gewoon een nonnetje. Die kunnen we wel aan hoor!’ 
Dat kan wel zo zijn, we lopen in Mystras en de kloosters zijn nog bewoond, maar ik hou er niet van om gelokt te worden. Paul denkt daar anders over. 
‘Kom op!’ Hij pakt mijn hand en neemt me mee, naar de doodenge heks die ons, grijnzend met een tandeloze mond, snel naar binnen loodst. ‘Welcome!’ zegt ze, naar een houten bank wijzend. ‘Sit!’ 
Ik sta op scherp, klaar om weer weg te rennen als ze inderdaad die buitendeur dichtgooit. Maar dat doet ze niet. Ik besluit het vooralsnog even te laten voor wat het is en neem plaats naast Paul op de bank. Ondanks alles kijk ik nieuwsgierig om mij heen. De ruimte waar we zitten ligt vol met borduurwerk. Vloerkleden, tafelkleden, kussenslopen, dingetjes voor aan de muur, van alles, met ragfijne steekjes gemaakt.
‘Mooi!’ denk ik. En ik meen het. Ik zou het wel in huis willen hebben, zoiets.
‘Drink?’ vraagt het mensje. Het is inderdaad een non, zie ik, met zo’n kap op haar hoofd. ’Limonade?’ Ze verdwijnt door een deur achterin de ruimte. Ik zou liever water hebben dan zoete siroop, maar ja. Haar grijns is in mijn ogen al wel veranderd in een glimlach, maar ik blijf even op mijn hoede. Ze blijft wel heel lang weg. 
‘Wat zou ze in die glaasjes sap stoppen?’ Het visioen van ons, gedrogeerd opgesloten in een kerker van het klooster, bij nog veel meer andere argeloze toeristen, zweeft voor mijn ogen. 

Intussen kijk ik wat beter rond. ‘Best mooi,’ zeg ik, ‘die kleden.’ Ik sta op om eentje van dichtbij te bekijken –  ‘Kijk, deze!’ – als het oude wijf weer binnen komt, met twee grote glazen ranja in haar handen, die ze voor ons neerzet. Ze klimt op een stoel tegenover ons en daarna blijft het stil. Verwachtingsvol kijkt ze ons aan, en wij haar. Maar ze zegt niets. Ik frons. Waarom moesten we dan binnenkomen? Als ze geen kwaadaardige heks is, dan zou je denken dat ze een verhaal heeft of zo, voor de toerist.
Het blijft stil. 

Ik begin me weer ongemakkelijk te voelen en drink zo snel mogelijk de mierzoete limonade op, zodat we weer weg kunnen. Maar dan haalt Paul adem en begint te praten.
‘Woont u hier? Met hoeveel?’
Het nonnetje knikt, opgetogen. ‘Yes!’ Ze steekt een hand op, haar vingers gespreid, en voegt daar één vinger van haar andere hand bij. ‘Sei!’ zegt ze blij.
‘Zes!’ herhaal ik. Zes nonnen bij elkaar hier in dit klooster. Brrr. Daar wil je toch niet tussen zitten? Tijdens deze gedachte dringt het plotseling tot me door dat ze Italiaans sprak en geen Grieks – sei. Een Italiaanse non, hier, in Mystras? Ik zit me te verbazen, terwijl Paul doorpraat. ‘Mooie plek hier!’ 
Haar gezicht betrekt. ‘Heel warm, in zomer,’ zegt ze, zoekend naar de woorden, ‘koud in winter….’
Paul knikt begrijpend. ‘Maakt u dit allemaal zelf?’ Hij wijst naar het uitgestalde handwerk. Dit gaat te ver voor haar. Ze verstaat de vraag niet, maar volgt wel Pauls handgebaar. 
Nice? Buy?’ Willen we kopen? Aha.
Ze hopt uit haar stoel om verschillende kleden aan te wijzen. ‘Nice?’ met een vragende blik naar ons. ‘This. Nice?’ bij een ander kleed.
‘How much?’ vraag ik haar, wijzend op het kleine kleedje dat mij was opgevallen. Haar Engels laat haar in de steek en Grieks spreekt ze blijkbaar ook niet, gek genoeg.
’Thirty,’ hoor ik dan.
‘OK!’ reageert Paul direct, tot mijn afgrijzen. Het heksje begint het kleed onmiddellijk op te rollen. 
Dertig euro? Voor een klein kleedje? Niks daarvan. Ik stoot hem aan. ‘Dertig? Veel te veel!’ sis ik. Verbaasd kijkt hij me aan. ‘Nee, dat zei ze toch niet?’
De non heeft het kleedje al in een zakje gedaan en ze houdt haar hand op. 
‘Thirteen, toch? OK?’ vraag Paul, met een blik naar mij, want dat had hij verstaan. ‘Nee, ze zei dertig. Maar we zullen zien.’ Ik pak dertien euro uit mijn portemonnee en laat haar dit zien.
De glimlach van de heks wordt weer een enge grijns. Heftig schudt ze haar hoofd en wijst op mijn portemonnee. ‘Thirty!’
‘Dertig?’ Pauls wenkbrauwen schieten omhoog. 
‘Ja!’ zeg ik, zenuwachtig. ‘Dat ga ik niet doen hoor! Is ze gek geworden?’
Gelukkig is mijn lief het daar wel mee eens. Hij maakt een afwerend gebaar. ‘Sorry. But no.’
Maar ze geeft nog niet op. ’Thirty.’ Nogmaals gaat haar hand naar mijn portemonnee, haar zwarte ogen bliksemen en de grijns is verdwenen.
’No,’ herhaal ik dapper, ik stop het geld en mijn portemonnee terug in mijn tas die ik stevig onder mijn arm klem. Heel even zie ik woedende blik opflakkeren in het stokoude gerimpelde gezicht, maar dan haalt ze, met het gebaar van een slecht verliezer, het kleedje uit de zak en legt het terug op de tafel.

‘Dank voor het drankje!’ mompel ik nog, terwijl we ons omdraaien en weglopen. Ze keurt ons geen blik meer waardig.  

(Visited 13 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *