Olijfbomen

Zo rond half tien schalt het over het terrein; elke dag. De uiterst vriendelijke dames van de receptie veranderen dan in strenge meesteressen. Zij nemen een microfoon ter hand en doen mededelingen die tot in het klooster te horen moeten zijn. Luid, maar helaas onverstaanbaar. En ze doen hun best hoor, maar ook aan de Engelse en Duitse versies die ze erachteraan gooien, is geen touw vast te knopen.

‘Ik denk’, mompelt mijn lief, nog wat slaperig naast mij, ‘dat we uiterlijk half tien moeten opstaan. Anders volgen er sancties.’ Dat klinkt aannemelijk, vind ik. Dus vakantie of niet, wij haasten ons de caravan uit om aantoonbaar uit bed te zijn. Olaf overigens niet, want dat is toch geen tijd voor een achttienjarige? En ja hoor. Met regelmaat horen wij via het omroepsysteem namen van mensen die bij de receptie gesommeerd worden. Dat is weer wel te verstaan.  Je zit toch stijf in je stoel, met het zweet in de knieën. Ben ik blij dat wij nog niet opgeroepen zijn. Want de strafmaatregelen zullen er niet om liegen :-).

De dag na de uitreiking van het propedeusegetuigschrift van mijn oudste aan de Haagse Hogeschool (Ja! In één jaar de propedeuse, oftewel prop, oftewel de P gehaald! Wij zijn trots!) zijn wij al vroeg op weg getogen naar Italië, met als eerste reisdoel het Lago di Garda. Gevieren in de Aygo; okee, krap; dus we hebben de beperking ingesteld van maximaal 1 tas p.p. In de zomer geen probleem.

De  eerste file van twee uur stond al kort na Brussel, pech, maar goed, kan gebeuren. Iets minder werd het enthousiasme al na de vermelding van een wachttijd van vier uur (vier uur!) voor de Gotthardtunnel. Wij wilden helemaal niet door die tunnel, maar wij willen over de pas rijden. Echter, voordat je bij de pasopgang bent, ben je veroordeeld tot zo’n twee-en-een-half uur schuifelen en stilstaan.  Overigens is het zeer de moeite waard, die pas. Een klein stukje hebben we geklauterd, tot wanhoop van Olaf, die teenslippers droeg  (‘Ik ben gekleed om aan een meer te liggen, niet om een berg te beklimmen!’). Maar de paarse koeien? Die lieten zich niet zien. Wel horen.

Net na de grensovergang naar Italië krijg je een soort nieuwe energie, vol verwachtingen, want zo ver is het dan niet meer.  Het is al zo’n beetje etenstijd en een uurtje rijden gaat dan nog wel. Als dan tot Milaan iedereen stapvoets rijdt, is dat net een file teveel.  Mijn stemming zakt en ik kan niets meer hebben van medeweggebruikers; ook al omdat de tijd dringt. Volgens de informatie sluit de receptie van onze camping om 18:00 uur en ik al visioenen krijg van overnachten uit nood in een hotel of zo.

Dat blijkt niet nodig, tot grote opluchting. De uiterst vriendelijke dames zijn tot 23:00 tot je dienst.  De camping ligt aan het meer, waar Olaf zelfstandig heengaat en Sander in iets mindere mate zelfstandig actie onderneemt. Het dorp en de omgeving langs het Lago doen mondain aan, het doet ons denken aan  Cannes, Nice, Monaco en Saint Tropez, waar we twee jaar geleden rondreden. De camping ligt binnen de muren van een voormalig klooster. De olijfboomgaard van de monniken staat er nog, de bomen zijn eeuwenoud en prachtig knoestig.  De mobilhomes en tenten zijn er gewoon tussen gezet.  Tussen het gekwetter van Italianen die onder oude dikke lariksen en cypressen fleurig onderhouden seizoensplaatsen hebben, installeer ik en om aan mijn dikke stapel boeken te beginnen.

(Visited 15 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *