Ouwe tompoezen

‘Paul!’

Sander straalt met deze oproep de zekerheid uit dat zijn mededeling op hoge prijs zal worden gesteld. ‘Paul!’

Mijn lief tikt toch eerst even een zin af van de mail die hij aan het beantwoorden is, voordat zijn wenkbrauwen omhoog gaan. ‘Spreek!’ zegt hij dan, nog half met de aandacht bij zijn werk.

‘Ik ben begonnen met tompoezen!’

Dat is voldoende voor Paul om het toetsenbord met een zwaai van zich af te gooien. Meteen zit hij ook rechtop. ‘Wat! Wat?’ Verwachtingsvol grijnzend kijkt hij om zich heen. ’Waar zijn ze?’

‘Nou, eigenlijk alleen nog maar met de bodem,’ tempert Sander de feestvreugde. ‘En het deksel natuurlijk. Dat is hetzelfde.’

‘O? En de rest dan? Wat daartussen zit? De gele room?’

‘Dat komt nog!’ verzekert mijn zoon. ‘Overmorgen.’

Vandaag was zijn stagedag bij de bakker, hetgeen betekent dat zijn wekker om 04:00 uur gaat. Let op: alleen de zijne. Ik heb er geen valse hoop over laten bestaan dat ik op dat onganse tijdstip ook uit mijn bed zou komen. Nee, hij doet het helemaal zelf. Meestal horen we hem niet eens. Twee dagen per week – overmorgen moet hij er weer heen. En dan matst de bakker hem nog; Sander hoeft er niet tegelijk met hem al om 04:00 uur te zijn, maar pas om 05:00 uur.
‘Overmorgen?’ reageert Paul zwaar teleurgesteld. ‘Maar dan krijgen we ouwe tompoezen….’
Mijn zoon grinnikt.  ‘Ja, overmorgen. Dan mag ik ermee verder. Maar,’ stelt hij ons gerust, ‘met een nieuwe bodem hoor.’

Dan willen wij wel weten hoe dat gaat, het maken van zo’n korstdeeg, dus er volgt een beeldend verslag van het uitrollen van het deeg om het vervolgens te snijden op tompoes-formaatjes.

’Met de hand,’ vertelt Sander, ‘met een rij messen naast elkaar zo hup! In één keer alles gesneden…..’

Mijn lief denkt even na . ‘Aha,’ knikt hij, ‘en zo’n rij messen, kun je die ook verstellen?’

Met een wat verbaasde blik haalt Sander zijn schouders op. ‘Dat denk ik wel ja. Bij Ikea of zo misschien zijn ze wel…..’

Ikea? Hè? Dan moet ik giechelen. ‘O! Nee,niet BEstellen, maar VERstellen, Sander…’

‘O dat!’ grijnst hij, ‘Verstond het verkeerd. Jaja, dat kan, je kunt verschillende afstanden instellen ja…..O ja, mam,’ vervolgt hij enthousiast, ‘ik heb ook nog een aardbeienpantoffel gemaakt!’

Nu verslik ik me in de koffie. ‘Een aardbeienpantoffel?’ herhaal ik, ‘Wat is dat dan?’

‘Gewoon, een aardbeienpantoffel. Zo’n eeh….. ehh …, ja, zo’n ding met allemaal aardbeien…’ Hij wijst een soort cakevorm aan.

‘Een cake?’ suggereer ik dus. Maar dat is het niet. ‘Een taart? Een stoet?’

‘Nee,’ zucht mijn zoon, ‘weet ik veel, zo heet dat gewoon, pantoffel….’

Pantoffel. Maar dan daagt het mij plotsklaps en ik schiet in een soort slappe lach. ‘O!’ hik ik, ‘Een slof! Bedoel je misschien een slof??’

‘Ja!’ is het opgeluchte antwoord, ‘Dát was het. Een aardbeienslof…..’ Meewarig staat hij mijn lachbui te bekijken. ‘Nou ja, wat is het verschil? Een pantoffel, een slof; dat is toch ongeveer hetzelfde?’

(Visited 34 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *