Wonderlijk

Het is heerlijk op het terras van Katsiris in Kiveri. We zitten onder de hoge bomen en wenken de bedaagde, niet meer heel jonge kelner. ‘Ready?’ vraagt hij, ‘om te bestellen?’ Op dit moment trekken kelners meestal hun bestelblokje uit de achterzak.
Zeker. Paul steekt van wal en noemt op wat wij willen eten. Maar waar is het schrijfblokje?

Ga nou weg

Ik loop ergens, of we zitten in de auto, maakt niet uit, het is elke keer raak. Altijd. Overal. Ik zie iets, er valt me iets op, langs de weg, op de berg, in boomgaarden, in het dorp; menselijke aanwezigheid, waar dan ook, wat dan ook, maakt niet uit.
Altijd direct dat stemmetje.

Kas

Het was een van mijn voornemens, toen we hier in Velanidia neerstreken. Een ruime tuin, dus wat kon ik beter gaan doen dan groente verbouwen? Dat kan niet misgaan in dit heerlijke Griekse klimaat. Altijd zon, gegarandeerd succes.

Verstand

‘Gebruik je verstand, want dat heb je.’ Dat zou hij wel gezegd hebben. Hij heeft onze emigratie niet meer meegemaakt, mijn vader, maar ik ken zijn stille teleurstelling over zijn dochter-ver-weg, een stille leegte die hij absoluut voor iedereen zou binnenhouden.

Puntjes

Hóe? Zolder? Zoller?’
Die achternaam van mij ligt mijn hele leven al zwaar op de rug. Niemand verstaat het en iedereen moet het gespeld krijgen.
‘Wat is de naam?’
’Zöllner-zet-oo-dubbel-el-en-ee-er.’ In één adem door dan maar, altijd.