Rinkeldekinkel

Rinkeldekinkel. Daar gaat hij. En omdat ik in het halfdonker sta, zonder bril en mijn handen vol heb met een stapeltje opgevouwen kleding, kan ik niet zien wat er gebeurt. Ik voel alleen dat hij weer van mijn vinger valt. Rinkeldekinkel op de grond. En weg is hij. Spoorloos.
Mijn trouwring.

Het gebeurt de laatste tijd steeds. Mijn ring ging steeds losser zitten, totdat hij spontaan van mijn vinger begon te springen.

Afvallen is leuk, veel afvallen ook, maar ook mijn vingers wordendan dunner, blijkt. Natuurlijk kreeg ik reacties in deze zelfde trant: Tja, dat heb je van dat afvallen hè… en Elk voordeel hep z’n nadeel!, waarmee ik het volledig eens ben. Maar nu ben ik hem kwijt! Hoe kan iets dat in een niet al te grote, besloten ruimte op de grond valt, zo helemaal niet meer terug te vinden zijn?

Op mijn knieën speur ik de directe omgeving van het incident af, maar ja,  zonder bril is dat niet echt succesvol. Ondanks de extra lampen die ik aansteek, blijft het veel te donker voor enig succes. Bovendien is er nog iets dat me afschrikt, als ik zo met mijn neus vlak boven de grond onder het bed tuur. Hoe komt een mens in  ’s hemelsnaam aan zoveel stofwolken? Verzamelen die zich spontaan onder bedden, waar nooit iemand komt?

Ik moet besluiten de zoektocht te staken en de volgende dag mét bril en licht, en op een handiger tijdstip dan 01:00 uur ’s nachts, een nieuwe poging te doen.

Intussen is mijn lief ook boven aangekomen en vraagt zich af wat ik op handen en voeten aan het doen ben. Ik verwacht enige onrust bij hem na mijn uitleg, maar nee, niets van dat alles. Er verschijnt een grijns op zijn gezicht. ‘Ach, die vind je morgen wel,’ zegt hij stellig. ‘Kom maar slapen.’

‘Maar vind het niet jammer?’ vraag ik onthutst. ‘Ik ben mijn trouwring kwijt!’

Hij haalt de schouders op. ‘Ik heb jou liever zonder trouwring dan je trouwring zonder jou hoor,’ klinkt het stoïcijns. O.

Om 02:00 slaap ik nog steeds niet. Ik lig allerlei banen te bedenken die de ring door de ruimte en over de grond afgelegd zou kunnen hebben nadat hij van mijn vinger afgesprongen is. De dunne vinger, die nu wel heel erg kaal aanvoelt. Ik bedenk me dat de al een paar keer geopperde suggestie van mijn lief om de ring een stukje smaller te laten maken door de goudsmid toch zo gek niet was. Straks raak ik hem echt nog kwijt! Er komen allerlei plekken in me op waar ik zojuist nog niet gezocht heb. Zal ik nog even….?

Nee. Ik zie toch niks. Morgen dan maar.

Om 06:00 uur ben ik weer wakker en dan kan ik het niet laten. Ik glip uit bed en tast de vloer af onder kastjes, stoelen en nogmaals het bed. Niks. Maar ja, nog steeds is het donker en mijn bril ligt beneden. Ik baal er verschrikkelijk van als ik ringloos naar mijn werk moet gaan. De hele dag verzin ik wat er gebeurd kan zijn en wat ik kan doen.

Een magneet. Ik heb gewoon een grote magneet nodig waarmee ik mijn ring naar me toe kan lokken. Maar die heb ik niet.

Nee. Ik besluit dat er maar één ding opzit en dat is om die avond met de stofzuiger de slaapkamervloer helemaal te doorzoeken en gelijk eens goed schoon te maken. En dan alléén stofzuigen op plekken die ik goed kan zien! Mijn lief is op hetzelfde idee gekomen en biedt aan om het samen te doen. En daar gaan we, centimeter voor centimeter leeg- en schoonmaken, bijna met een loepje over de grond. Alles gaat van zijn plek en we besluiten om gelijk maar een beetje nieuwe indeling te realiseren als we de boel terugzetten, iets wat toch al in de planning zat.

Dat ik hem niet direct vind, mijn ring, verontrust me niet gelijk. Er zijn nog meters genoeg waar hij kan liggen. Maar na een uur heb ik hem nog steeds niet en we hebben echt de hele vloer gehad. Waar is dat ding nou toch gebleven?

Dan besluit ik tot een reconstructie. ‘Hier stond ik,’ meld ik. ‘Kijk, bij deze kast. Ik legde een stapel daar bovenin en daar ging hij…. Floep!’ Mijn hand maakt een gebaar naar beneden en mijn ogen volgen het. En dan begin ik te hinniken. Even knipper ik met mijn ogen. ‘Kijk nou!’ Ik wijs naar de onderste plank. ‘Dat verzin je toch niet?’

Daar ligt hij. Mijn trouwring. In de kast, op het randje van de bodem. Daar was hij, rinkeldekinkel, rechtstreeks vanaf mijn vinger heen gerold en blijven liggen.

De afspraak met de goudsmid is gemaakt. En ach. We hebben nu wel een heerlijk schone vloer in de anders ingerichte slaapkamer, zonder stofnesten. Dat is ook wat waard. Toch?

(Visited 18 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *