Rit

‘Toch geen Breda! Dank aan NS!’
Het tweetje van mijn oudste laat mij het ergste vermoeden. Ik heb net op de NS-app gekeken hoe laat zijn trein vertrekt en ik zit juist te hopen dat hij wat ik zie misschien zelf ook al gezien had thuis en op de trein gokt die nét drie minuten eerder vertrekt.

Reisadvies vervalt’, staat er namelijk. Trein gaat niet, dus. En hij zal inmiddels hoog en breed al op het station zijn, zodat bellen geen zin meer heeft.

Het is oudejaarsavond en de jongens trekken hun eigen plan, natuurlijk. Terwijl Sander naar zijn vader gaat – die is ‘aan de beurt’ voor oud en nieuw :-), vertrekt Olaf naar Breda om met een paar studiemakkers de jaarwisseling grondig te vieren. Met de laatste trein van de dag, zegt hij, dan is hij er om 21 uur. De NS werkt niet meer na half 8, vanavond.

Maar wat als die laatste trein nou niet gaat?

Als er een half uur voorbijgaat zonder iets van mijn oudste te horen, ga ik bijna denken dat hij toch nog een trein heeft. Maar dan hoor ik de voordeur. Heel even schiet het door me heen dat het ook Sander kan zijn, die thuiskomt omdat zijn vader vergeten is hem na zijn werk bij de Plus op te halen, maar nee. Met een gezicht op onweer stormt mijn oudste naar binnen.

‘Trein rijdt niet!’ mompelt hij nijdig. ‘Trein rijdt niet! Kun je het je voorstellen?’

Wat dommig zitten mijn lief en ik hem aan te kijken. Dus toch, denk ik en ik leef mee. Olaf ziet zijn avond aan zijn neus voorbijgaan. ‘K.u.t.-NS’, tiert hij. ‘Trein is defect! Defect! Nou ja! Waarom nemen ze niet gewoon een andere? Alle andere treinstellen staan in de garage!’ Dat is waar, want ze hebben met z’n allen een vrije avond bij de spoorwegen.

‘Je hebt er gewoon niks aan, aan die NS!’ Kwaad schopt hij zijn schoenen uit.

‘En nu?’ vraag ik voorzichtig.

‘Weet ik veel! Slapen of zo….. Ja, ik weet niet of ik nog naar het feest kan waar Max heen is. Daar moest je kaarten voor hebben….’ Wekenlang heeft hij voor het dilemma gestaan met welke vriend hij Oud en nieuw zou gaan vieren: met de ene in Den Haag, of met de andere in Breda. Uiteindelijk – gisteren pas! – koos hij dus voor Breda. Pijnlijk.

Mijn lief en ik kijken elkaar aan en we staan op. ‘Kom op, die je schoenen maar weer aan!’ zegt Paul, ‘we brengen je wel; even naar Breda!’

‘Hè?’ Gelijk is mijn zoon afgeleid van zijn mopperlitanie. Stomverbaasd kijkt hij rond. ‘Maar….. Dat moet je toch helemaal niet willen?’

‘Wil je naar Breda of niet?’

‘Ja, natuurlijk wil ik dat! Maar…’

‘Schiet op dan!’ Mijn lief is al buiten, met rammelende sleutels. ’Je gaat toch niet op je kamer zitten op zo’n avond?’

‘O! Nou! Graag dan!’ Het humeur 180˚gedraaid graait Olaf zijn jas en tas bij elkaar en rent Paul achterna. Ik volg en installeer de tomtom, terwijl we de A13 opdraaien. ‘Wat is het adres? ‘

‘Eh… weet ik niet eigenlijk, maar vraag ik even na…’klinkt het vanaf de achterbank.Hij zit druk te Whats-appen, of te MSN’en, of zo, met het Bredafront. ‘Ja,misschien is het niet Breda, maar een dorpje of zo ertegenaan!’ Tomtom kan de straatnaam niet vinden namelijk.

‘Kom daar dan eens even achter?’ verzoek ik vriendelijk. We hebben nog een half uur voordat we bij Breda zijn, moet lukken. Het gesprek via mobiel toetsenbord gaat zeer intensief door.

‘Ohh, hij zegt nu dat het Spoorweide is of zo…..’ Even is het stil, als hij dit aan tomtom opgeeft. ‘Nee, niet. Wacht.’ Tiktiktiktiktiktik…. Rap vliegen zijn vingers over zijn iPhone.

‘Effe googelen dan…. Oh ja…. O nee. Nou….O!Ik moet de bushalte in de gaten houden…’

Het is begonnen te regenen als we Breda naderen. Het liefst zou ik nu toch wel een adres horen waar we hem kunnen afzetten. Is dat nou zo moeilijk?

‘Aha! ‘roept hij na verloop van tijd. We zoeven Moerdijk net voorbij. ‘Niet Spoorweide, maar Sporenweide. Dat is het!’

Wij zijn bij de afslag Breda als ik het juiste adres kan invoeren. ‘Huisnummer?’

‘Ja, dat weet ik niet,’ zegt hij doodleuk. ‘Maar ik bel wel of zo hoor, daar kom ik wel achter!’

Door een doolhof van natte, smalle woonerven in een al wat oudere Vinexwijk van Breda met venijnig hoge verkeersdrempeltjes dwalen we onder leiding van tomtom naar de eindbestemming.

‘Ik stap hier wel uit,’zegt mijn zoon, als het straatnaambord Sporenweide voor ons opdoemt. ‘Ik bel ze wel en dan ben ik er zo!’ En daar gaat hij, de troosteloze, regenachtige oudjaarsnacht in, in een onbekende stad.

‘En dank je wel voor het rijden!’

Ik zucht, terwijl mijn lief de auto keert. Het heeft wel iets komisch. Hoeveel van dergelijke ritten hebben we nou al gemaakt met en voor mijn jongens? Tijdens de rit terug flitsen ze door mijn hoofd. De Ardennen met Sander, Olaf en Max ophalen uit Tilburg, Olaf naar een feest in Breda…. Zo kom je nog eens ergens.

En vandaag zal het ook niet de laatste keer zijn.

(Visited 15 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *