Toren

Het huisje staat aan het smalle voetpad naar de Oude Vuurtoren. Dat is tenminste wat een richtingbordje aan het begin, een kwartiertje geleden, ons wilde doen geloven. Het heeft ons overgehaald om het paadje in te slaan, een wandelingetje is altijd leuk.
Het pad loopt bovenlangs dit kleine huis, daarom is het eerste dat opvalt het grote gat in het dak. Je kijkt zo naar binnen, naar beneden. Met een bocht voert het pad omlaag, naar het huisje toe. 
‘Je zou hier maar wonen!’ gil ik enthousiast. ‘Fantastisch!’
‘Er moet nog wél wat aan gebeuren,’ zegt Paul stoïcijns. ‘Nu regent het in.’
Dat wel, natuurlijk. Maar ik ben dol op oude huizen. Vooral hier, in Grieken-land. Ik hou van de dikke muren van natuursteen, de mooie kleuren van de verf op de luiken en deuren die nog wel herkenbaar is. Bouwval of niet, ik ben verrukt.

De houten voordeur hangt open, scheef in voegen, de verveloze luiken voor de ramen zijn dicht op één na. Ik tuur naar binnen, het glas van het raam is allang kapot.
‘Beetje opknappen moet nog wel,’ geef ik toe. Understatements zijn mijn specialiteit. Binnen is het ook een bouwval. Er is iets dat lijkt op het restant van een trap naar boven, maar de tussenvloer ontbreekt. Net als de meeste tussenmuren trouwens.
‘Zonde zeg, van zo’n leuk huis,’ verzucht ik spijtig.

Verlaten huizen. We hebben er al veel gezien in dit land. De familie vertrekt, het huis het blijft leeg achter en geen mens kijkt er meer naar om. Wat er op den duur overblijft is een bouwval. Een ruïne. Ik vind ze prachtig. Mensen hebben erin rondgelopen, geleefd, gewerkt. Ik laat mijn fantasie even de vrije loop. 
‘Wie zou hier gewoond hebben…’, mijmer ik hardop. 
‘Oh, de vuurtorenwachter!’ reageert Paul droog, wijzend naar een oude, ronde toren die een meter of tien verderop boven de begroeiing uitsteekt, maar die ik nog niet geien heb. Dat moet de vuurtoren van weleer wel zijn. Net zo’n bouwval als dit huis. 
Er zit geen dak meer op; ook deze deur hangt open. Maar de stenen wenteltrap binnen in de toren is intact, dus ik begin gelijk naar boven te klimmen.
‘O, dit is leuk!’ roep ik ‘Een toren! Best wat van te maken!
De ronde raampjes lijken net patrijspoorten op een boot. Ik gluur er door naar buiten. ‘Moet je kijken wat een uitzicht!’
Helemaal boven aangekomen, kijk ik tevreden rond. ‘Hier kan ik mijn toren-kamer wel maken!’ constateer ik blij. Dat heb ik nou altijd al willen hebben, een torenkamer.
‘Er moet dus nog wel het een en ander aan gebeuren.’ Paul kijkt me plagerig aan.

Ik grijns. Stel je toch voor, zo’n huis. Een mens moet toch íets te verlangen hebben…  

(Visited 5 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *