Zwerfdier

‘Geia sas!
Maria wacht ons op, onder aan de trap, een stuk of wat honden dartelend om haar benen. Achter een gaasje staan twee nieuwsgierige pony’s, die ik van de foto’s herken. Een hazelnootkleurige en een wit-bruin gevlekte.
‘Jullie houden van dieren?’ vraagt ze voor de zekerheid, met een armgebaar om haar heen. Behalve de pony’s en honden lopen er ook nog een tiental katten en tussen de olijfbomen ontwaar ik de familie kip, compleet met twee hanen. Dat leek me nou precies zo leuk aan dit adres, al die dieren.

Faidra’s farm, ons adres voor de komende vijf dagen,staat op een prachtig terrein, midden in een olijfgaard. Alle dieren lopen tussen de vele oude olijfbomen door elkaar heen, kippen scharrelen tussen de poten van de pony’s door, katten en honden rennen verdraagzaam naast elkaar.

‘Komen jullie uit Nederland? Wat leuk! Maar helemaal met de auto?’ Want Maria’s oog valt op ons Nederlandse kenteken. We leggen het haar uit, over de ferry-overtocht van Ancona naar Patras, maar ze blijft bedenkelijk kijken. Het lijkt haar toch nog een flink eind rijden. Dat is ook zo, natuurlijk. 
Maria vervolgt haar verhaal. ‘Ja, Nederland. Ik ken wel wat mensen daar. Ik breng wel eens honden naar de vereniging in Argos, die ze dan onder begeleiding per vliegtuig naar het buitenland laten vervoerend naar nieuwe baasjes. En heel vaak naar Nederland!’
Daar hebben wij vaker over gehoord, inderdaad.
‘Het is een groot probleem in in Griekenland,’ zegt ze dan, op bezorgde toon, ‘de zwerfhonden…’
Zelf hebben ze er dus ook een paar rondlopen op Faidra’s Farm, stuk voor stuk goed verzorgd en tevreden.

Mijn ogen dwalen over de olijfgaard en ik zie een stuk of wat transportkooien staan in allerlei afmetingen. Iets verderop, onder een paar olijfbomen, zitten een paar katten in een soort buitenverblijf zo groot als een garage.
Maria loopt een paar stappen weg om een een courgette uit een emmer te grissen. Ze is niet groot, maar resoluut voor twee. Kortgeknipt zwart haar, donkere, vriendelijke ogen, aan wie niet veel zal ontgaan. Ze heeft wel iets van mijn schoolvriendinnetje van heel lang geleden, daarom hoort voor mij ook ineens de naam Annemieke bij haar. 

Zachtjes roept ze de twee pony’s naar zich toe, die ze rustig tegen ze babbelend de courgettestukken aanbiedt.
‘Twee meisjes’, zegt ze, ineens weer tegen ons, alsof ze nu een belangrijk feit vaststelt.
‘Ze stonden ergens bij iemand, die twaalf pony’s had aangeschaft en daarna gewoon wegging en de dieren alleen achterliet!’ Een blik vol afschuw. Wie doet dat nou?
‘Wij hebben er twee overgenomen. De laatste twee, de anderen waren al opgehaald, gelukkig.’
Nou, deze twee meisjes mogen zich gelukkig prijzen in dit paradijs, en dat beseffen ze ook wel, geloof ik.

‘Oh, doe de deur dicht als je weggaat, want anders komen de katten binnen,’ grinnikt ze, voordat we onze koffers naar boven sjouwen. ‘Állemaal…’, voegt ze er met een betekenisvol lachje aan toe.

(Visited 10 times)

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *