We gaan

‘Het is hem geworden!’ Droogkloterig, stoïcijns klinkt hij door de telefoon, maar ik hoor ook zijn verbijstering, ongeloof bijna.
‘Ja. Het is hem geworden. Ik krijg dit appartement!’
Stuiterend van enthousiasme laat ik me vallen op het muurtje bij de bron in ons dorp.

Eigen schuld

Hond Mickey vindt mij sloom vandaag. Ik kwam maar niet vooruit op de berg, hij rent minstens viermaal de afstand en komt steeds even kijken. Waar blijf je nou? En vandaag loop ik ook al niet het hele traject. Een compleet rondje berg zit er even niet in.
Met mijn stok zoek ik zorgvuldig houvast bij elke stap op het keiige weggetje naar boven. Dat was te doen, maar wie stijgt, moet ook weer dalen. Tja.

Wild

Terwijl ik sta te praten met Christos, de beheerder van Kotsonis Estate, dartelt het mannetje dwars door de stekelige struikjes die de berghelling bedekken. Steeds overhandigt hij me trots wat wilde aspergescheuten. ‘Σπαράγγι’, zegt hij vrolijk. ‘Eten!’
‘Ja, wilde asperge, kijk! De berg staat er vol mee,’ bevestigt Christos breed lachend. ‘Dit hoort allemaal bij mijn land.’

Bitterkoud

De krantenkop in een regionaal blaadje deed me giechelen. “Bevroren” Argolis: Vandaag en de komende dagen is het bitterkoud – Hoe hoog liggen de temperaturen?
Dit wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan. Bitterkoud? Het is nog steeds boven nul.

Moet dit echt?

Ik weet het, ik weet het…
Langzaam wandel ik terug naar huis, rennen durf ik nu niet. Ik glip het tuinhek door en stop daar.
O jee. Daar staat ze, mijn bazin, en ik hoor haar verbaasde vraag waarom ik niet hard ren, zoals altijd als ik terugkom van de buren.
Maar dan ziet ze het.