Lenzen

Ben bij de brillenwinkel geweest mam. Voor lenzen …’
‘O!’ Meteen zit ik rechtop, waardoor mijn mobiel bijna uit mijn hand glipt. Lenzen! Ja, we wisten dat hij het graag wilde en vast van plan was om bij de eerstvolgende voortelling van zijn toneelclub geen bril meer te hebben.

Afslag gemist

Hee! Ik wil eruit!’

Rustig zit ik voor me uit te staren, helemaal voorin, direct achter de bestuurder. Op weg naar huis met de tram. Links glijdt de hofvijver voorbij. Het is rustig, weinig passagiers op dit tijdstip. Geen gedrang, geen massa op mijn lip.

Introvert

Laat eens wat meer van jezelf zien.’
Een commando. Het zal niet zo bedoeld zijn, maar zo komt het binnen bij mij.
Zien jullie dan niets? Waarom dat ongeduld? Kijk, en wat je ziet, dat ben ik. Is dat niet voldoende? Voldoe ik niet?

In mijn hoofd

Vorig jaar was Debby Petter een ochtend bij ons thuis. Ze vertelde over de voorstelling die zij aan het voorbereiden was, een voorstelling met het thema pathologisch liegen. Tijdens haar research was zij via internet bij mij uitgekomen, bij mijn boek De ON-echtgenoot: leven met een leugenaar, en de website voor lotgenoten die ik opgezet heb.

Dieske

Onze grote, sterke Dieske kwakkelt de laatste tijd met zijn gezondheid. Een nek waarin alle gewrichten zijn aangetast door artrose, dat valt niet mee voor zo’n grote ezel. Hij krijgt hiervoor natuurlijk pijnstilling en we masseren iedere dag zijn zere hals.’

Dag kind

Dág kind!
Je zei het elke keer.
Door de telefoon, of als ik op bezoek kwam.
Het was je standaardbegroeting.