Kloof

‘Immens natuurschoon met stenen bruggetjes, trappen en oude pittoreske watermolens’.
Deze tekst springt ons tegemoet uit een brochure die in ons vakantiehuisje ligt. Nou, klinkt goed, vinden wij. Dus hup! wandelschoenen aan en in de auto, op naar de Mellissakloof.

Uit huis

‘Mam.’
Zo begint het meestal.
‘Mam? Ik moet busjes huren.’
Ik verbaas me hardop over het meervoud. ‘Nou ja, een busje,’ verbetert hij zichzelf. ‘En ik moet naar Ikea, spullen kopen.’
Met zijn blik zoekt hij hulp, mijn oudste. Ik probeer niet te grijnzen, maar dat lukt niet.

Spilia Pythagora

‘O nee.’ Mijn stem klinkt zeer vastbesloten. ‘Echt niet. Ik ga niet verder.’
Voor geen miljoen waag ik me op dat smalle richeltje langs die afgrond. Dan maar geen grot. Dit, tot nu toe, was ook al leuk.

Wandelend menu

‘Het menu komt zo hoor!’
We zitten op een lommerrijk tuinterras van een restaurant, met de kabbelende zee aan onze voeten. Hartelijk welkom geheten door een ranke Griekse schone, inclusief handdruk. ‘Kalos ierthate! My name is Angelika!’
Dat laat mijn geliefde niet op zich zitten natuurlijk.

Zwaar

‘Kalimera!’
Twee dames, enigszins op leeftijd, ontvangen ons bij hun hotel. Wij zijn aan de noordkust van Samos voor een paar nachten.
‘Sprechen Sie Deutsch?’ vraagt de één. Want Engels lukt haar niet en ons Grieks is nog echt wel op het minimum basisniveau. De ander spreekt helemaal niets buiten haar deur.

Pootje

‘Sir!’
We kijken om en zien de man achter ons aanrennen. Nahijgend en helemaal rood aangelopen stopt hij om vervolgens zijn vinger de lucht in te gooien.
Roept hij nou Zeus aan? Het is een onzinnige gedachte die door me heen schiet, ik kan er niks aan doen.