Pakezel

Het is best vermoeiend. Ik loop te hijgen en te zweten. Zijn we er nou al bijna? Maar ik wil me niet laten kennen. Nog een klein stukje. Daar, om de bocht.
‘Slow! Slow!’ De bejaarde Griekse mannetjes op stoeltjes voor een huis grijnzen me toe. ‘Slow! Too hot!’

Hoedje!

‘M’n hoedje!’
Ik kijk om bij deze kreet.
‘Dag, hoedje!’
Beteuterd staat mijn lief te zwaaien naar iets in het water. Daar dobbert iets, dat zich met redelijke snelheid van de kade verwijdert.

From the house

‘From the house!’
Met een vriendelijke glimlach zet de serveerster een bordje met een paar plakken cake voor ons op tafel. ‘Zelf gemaakt!’
We zijn beduusd. ‘Oh! Wat heerlijk! Dank je wel!’
Zomaar? Iets lekkers van het huis? Wat lief! We kijken elkaar aan, overdonderd.

No English!

Niet-begrijpend kijkt hij ons aan en stort vervolgens een heel verhaal over ons uit.
‘Sorry?’ vraagt Paul voorzichtig. ‘I don’t speak Greek. Do you speak English?’
In wanhoop heft de man zijn armen ten hemel, zijn hoofd schuddend. Hij verstaat er niets van, dat is duidelijk.
‘No no no no no!’

Ave Maria II

Het lijkt me te achtervolgen, het Avé Maria van Schubert hier in Parijs. Met in mijn oren nog het schier onmenselijk grote drama in lijn 5 Bobigny, komt de melodie opnieuw naar me toe. Maar wel anders.

Metro

Het verbaast me dat half Parijs gewoon mobiel zit te bellen in de metro. Dat feit op zich niet, maar hoe diep zitten we niet onder de grond? In die ene tramtunnel die Den Haag heeft, heb je gelijk geen bereik meer, bellen of What ’s appen kun je daar wel vergeten.