Prik

Ik sta vooraan voor een prik.
Een Covid-prik. Wij allebei, want we willen huizen gaan kijken in Griekenland, maar wachten duurt lang door alle Coronamatregelen. We wilden al in januari even gaan, maar het kon niet. Maar goed, tijd zat dus om me helemaal uit te leven op mijn opruimwoede.

Keuzes

‘Toch maar uitzoeken of we permanent kunnen gaan.’
’Wat?’ Ik ben zo stomverbaasd dat ik niet meer kan uitbrengen dan dit.
‘Helemaal? Dus zonder adres hier in Nederland?’

Na mijn pensionering verhuizen naar Griekenland, daar droom ik eigenlijk al heel lang van, terwijl Paul daar wat terughoudender in geweest.

Elpees

Het besluit is genomen. Ik ga mijn oude LP’s uitzoeken.
Mijn aanzienlijke collectie die de afgelopen 25 jaar in een hoek op zolder heeft gestaan is te groot voor onze verhuisplannen. Ik moet gaan kiezen, iets waar ik niet zo goed in ben. Maar er zit niets ander op.

Jongeren

Je kon er niet omheen. Tijdens de eerste coronagolf werd het ons voortdurend toegeschreeuwd vanaf de tv, vanuit de krant, om nog maar te zwijgen over de social media.
We waren ten einde raad, toeterden ze, want we wilden zó graag iedereen gewoon lekker knuffelen, we misten nu alle contacten enorm en moesten alle bezoekjes van vrienden ontberen.

Motten

Opgewekt stappen ze naar binnen, de een met een karretje in de hand, de ander een grote rechthoekige tas. ‘Hello!’
Met de corona-anderhalve-meter in mijn hoofd verplaatst ik me vlot een stuk naar achteren. ‘Daar staat hij!’ wijs ik
‘Ah!’ Voortvarend stuiven ze langs me heen, de woonkamer in, waar we al wat ruimte gemaakt hebben, en gaan ze de slag.

Boom

Hij was maar twintig centimeter centimeter hoog.

Ik liep met de jongens door het tuincentrum. ’Zoek maar iets leuks uit!’ riep ik. Verrukt prikte het wijsvingertje van Eerstgeborene naar een tafel vol conifeertjes. ’Deze!’ Die op de hoek moest het worden.