Nostos

Bijna had het Nostos geheten, mijn boekje, maar de uitgever twijfelt of dat een goed idee is.
‘Niemand weet wat dat is, nostos’, zegt hij. ‘Google er maar eens op, je zult zien, er komt niets tevoorschijn. Ja een Grieks restaurant ergens.’ Hij lacht. ‘Maar verder niets. Mensen weten niet wat het betekent.’

Asterix

Hee!
Mijn vinger blijft hangen op de rug van twee smalle, hoge boeken.
Staan ze híer?
Waarom heb ik ze dan niet eerder gezien? Ik heb me suf gezocht naar deze twee boeken, een tijdje geleden.
Zie je wel? Mijn gedachte is triomfantelijk. Ik wist het, ik heb ze nog.

Duif

De rode kater sluipt over het plein. Hij maakt zich zo klein mogelijk en verschuilt zich tijdens zijn tocht steeds achter bomen en sokkels van standbeelden van Aristoteles en andere helden. De duiven scharrelen en fladderen in een troep bij elkaar over de grond, kruimels en insecten pikkend waar ze dat maar tegenkomen. De vogels zijn zich niet bewust van het gevaar. Nog.

Complot

‘Hello! Want to eat? Come, come, live music hier vandaag!’
De tavernahοuder, een korte man van zekere leeftijd, probeert ons zijn etablissement in te lokken. ‘Welkom!’
Het is lunchtijd, we besluiten er gehoor aan te geven. De muziek die naar buiten lekt klinkt leuk. Grieks, dus in mineur met een vleugje dramatiek.

Vrij

Nog vier jaar zou ik moeten. Vier jaar! Nou, dat gaat me niet lukken, langzaamaan wordt het onoverkomelijk, ik zie er als een berg tegenop. Steeds kostbaarder wordende tijd verspillen aan een baas, mijzelf een hele dag laten opsluiten in een gebouw, in één ruimte met mensen die ik zelf niet gekozen heb?

Landje

Het is allemaal nieuw voor haar.
Het meisje zit in de tram, voor het eerst in haar bijna vierjarige leven. Met haar neus tegen het raam geplakt kijkt ze naar buiten, terwijl de tram over de rails glijdt. Naast haar zit haar tante An.