Kachel

De verwarming doet het niet. Hij is stuk. En het is vrijdagavond.
Maar ach, zo koud is het nog niet, dus maandag maar even de woningcorporatie bellen?

Ze hebben en flitsende website, zie ik drie dagen later. Ik scrol en klik wat heen en weer, op zoek naar de klantenservice, die ik wel vind, maar wat raar, geen telefoonnummer.

Opruimen

De kogel is door de kerk. We gaan het doen, hoe dan ook. Het onderzoek naar mogelijkheden is van start gegaan. Met volle kracht!
We gaan naar Griekenland!

Intussen zoeken we alvast een leuk huurhuis daar, op de bekende huizenwebsites.

Vriend

Hij spreekt maar een paar woorden Engels, Vassilis, en wij ongeveer evenveel woorden Grieks. Maar met halve zinnen, handen en voeten kom je een eind.
‘Nu eten?’ ontcijfer ik, en we knikken.
‘Ja? Houden van vis?’

Zwerfdier

‘Geia sas!’
Maria wacht ons op, onder aan de trap, een stuk of wat honden dartelend om haar benen. Achter een gaasje staan twee nieuwsgierige pony’s, die ik van de foto’s herken. Een hazelnootkleurige en een wit-bruin gevlekte.
‘Jullie houden van dieren?’ vraagt ze voor de zekerheid, met een armgebaar om haar heen.

Wolven

Ik had het al eerder gehoord, een paar dagen geleden, in de verte. Gehuil. ‘Wolven’ riep ik, voor de grap. ‘Trojka hier, trojka daar,’ doelend op het liedje van drs P.
Nou ja, dat zal wel niet. Gewoon honden, waarschijnlijk.

Maar vannacht trok het zelfde geluid me uit een ingewikkelde droom. Wolvengehuil.

Wel niet wel

Afgelast was het, geannuleerd, onze vakantie in juni, maar een nieuw plan gaf ons vooruitzichten in september. Dat was nog zo ver weg, dat moest toch kunnen? Dan zal het allemaal wel weer mee vallen.
Niet, dus.

‘Weet je wat?,’ zegt Paul vrolijk, ‘laten we met de boot gaan. De ferry, van Italië naar Griekenland.’